Doe goed aan alleen (preek over Gal 6:10)
Bestand downloaden: Preek Gal 6.11 (C van Dusseldorp).doc
Auteur(s):
PREEK 19 JUNI 2011. CAPELLE AAN DEN IJSSEL. KEES VAN DUSSELDORP.
LEZEN: GAL.5:25-6:10. TEKST: GAL.6:10. VIERING HA. [GAL.SERIE.5]
Gemeente van Christus,
** belangrijk, maar vaag?
Groep 1 zijn je familieleden en vrienden. Groep 2 zijn alle christenen. En groep 3 zijn alle niet-christenen. Kun je inschatten hoeveel tijd, geld en energie je steekt in die verschillende groepen? Hoeveel goeds doe jij aan familieleden en vrienden? En wat doe jij voor christenen, binnen of buiten de kerk? Je mag dan natuurlijk de mensen uit de eerste groep niet meetellen. Want voor sommige mensen is contact met christenen beperkt tot de familie- en vrienden-kring. En hoeveel tijd en geld geef je aan groep 3, de mensen die geen christen zijn?
Volgens allerlei onderzoek lopen christenen aan kop in het vrijwilligerswerk. En geven ze twee keer zo veel aan giften als niet christenen. Daarmee lijken we aardig te voldoen aan wat Paulus schrijft. Maar wat gemiddeld voor de christenen geldt, is natuurlijk niet voor iedere christen praktijk. En hoe zijn tijd, geld en energie verdeeld?
De oproep van Paulus om het goede te doen voor allen, vooral voor de geloofsgenoten, is een kerntekst voor het diaconaat van de gemeente. Daarmee bedoel ik niet het werk van de diakenen, maar van de hele gemeente en iedere christen persoonlijk. Je dienstbaarheid, je inzet om te helpen, je motivatie om met christelijke liefde te zorgen voor mensen die het moeilijk heb-ben, de acties van de kerk ten behoeve van barmhartigheid en gerechtigheid in de samenleving. Het diaconaat, waarmee de kerk de liefde van Christus niet met woorden, maar met daden communiceert, vooral aan de mensen in nood.
Maar de apostel geeft er een rangorde bij. Het goede doen voor allen, vooral voor de geloofs-genoten. En die rangorde zit mij al een lange tijd dwars. Sommigen leggen de nadruk op het eerste: ‘aan allen’, terwijl anderen juist een streep zetten onder dat ‘vooral voor de geloofsge-noten’. Je voelt wel aan: dat wordt een onhandig gesprek, waarbij iedereen zijn of haar eigen gelijk haalt. Had de apostel het niet duidelijker kunnen schrijven? Of zou het kunnen zijn dat wij niet meer precies begrijpen wat hij wil zeggen?
** doe goed om uit de kwade wereld te redden
Het mooie van een serie preken is, dat bijbelteksten niet allemaal een solo zingen, maar tot klinken komen in het geheel van het koor. En nu ik me met deze tekst bezighoudt in het ge-heel van de Galatenbrief, zijn bij mij de puzzelstukjes op hun plek gevallen. En daarmee krijgt dit mooie en belangrijke woord van Paulus een veel meer heldere en eigen klank. Ik zou je graag wat willen laten zien van mijn ontdekkingstocht. Ik heb drie ontdekkingen gedaan bij de oproep van Paulus om het goede te doen.
De eerste ontdekking is dat Paulus met dit woord zijn betoog afsluit. Vanaf vs.11 volgt nog een persoonlijk, handgeschreven slot, een soort PS. Daar hoop ik volgende week bij stil te staan. Maar met de oproep om het goede te doen besluit de apostel de mooi gecomponeerde brief aan de Galaten. Dit woord sluit op een bijzondere manier aan bij het begin, waar de apostel schreef dat Christus zich gegeven heeft om ons te bevrijden van deze door het kwaad beheerste wereld. Tegenover het kwaad en zelfs midden in het kwaad zijn christenen geroepen om het goede te doen. Voel je de spanning daarin? Je bevrijding uit de slechte wereld stelt je in de vrijheid om het goede te doen. En daarin op te roeien tegen de brede stroming van onze wereld. Dat heeft iets met heiligheid te maken. Onaangepast, waarbij je weerstand oproept. Het goede wordt gelukkig meestal wel gewaardeerd in onze samenleving. Maar toch, als je recht door zee bent en met je bezwaren de koninklijke route gaat. Als je niet over mensen spreek maar hen persoonlijk aanspreekt op hun gedrag en houding. Als je radicaal afstand houdt van grijze gebieden, manipulatie en creatief boekhouden. Als je je christelijke mening over sekualiteit en relaties naar voren brengt. Als je bereid bent tot een treetje minder welvaart en ambitie. Dat is voor veel mensen toch wat onverdraaglijk.
Doe het goede! Het maakt even niet uit aan wie. Doe het goede! Dan ben je een uitzondering in deze door het kwaad beheerste wereld. Een uitzondering die tegelijk een levende uitnodi-ging vormt tot een ander leven. Een hoopvolle roeping, een instrument voor anderen tot de bevrijding in Christus.
** volg de Geest richting de gemeenschap
De tweede ontdekking heb ik vorige week al een beetje verklapt, toen het ging over het je laten leiden door de Heilige Geest. Dat is het thema van het hele laatste deel van Paulus brief, de conclusie van het hele verhaal. Laat je leiden door de Geest. Dat heeft een persoonlijke kant: geef de Geest gelegenheid zijn vrucht in jouw leven te laten groeien. Laat hem je karak-ter vormen naar Jezus Christus. Maar het heeft ook een gemeenschappelijke kant: de leiding van de Geest is gericht op de nieuwe gemeenschap. Christenen leven niet alleen voor zichzelf, maar vormen met anderen één lichaam dat in beweging blijft. Lettend op elkaar en zorgend voor elkaar. In een nieuw gezamenlijk leven, in een geestelijk gezin.
Deze gezamenlijkheid is de rode draad die de opmerkingen van Paulus verbindt: Als iemand struikelt moet je hem of haar met zachtmoedigheid en liefde weer op het rechte pad brengen, zodat hij of zij wordt gered (1). Als iemand onevenredig zwaar belast wordt, til dan met die ander de last mee. Juist de mensen die meer moeiljikheden op hun schouders hebben en zware klappen krijgen te verwerken in het leven, verdienen de steun en hulp van de medegelovigen. Voel je er niet te groots voor (2-3). Concentreer je op je eigen taak en verantwoordelijkheid. Wees kritisch op jezelf en stel je niet trots op. Je hoeft geen indruk te maken op anderen! Dat zal alleen maar verwijdering geven (4-5). Zorg voor de predikers van het evangelie, zodat de verkondiging doorgaat (6). En dwaal niet je eigen richting op, maar zoek de bedding van de gemeente (7-8). Al deze aanwijzingen verdienen een bredere aandacht dan ik nu geven kan. Ze vormen samen een prachtige uitwerking van het je laten leiden door de Geest. De Geest is gericht op de nieuwe gemeenschap. Wie zich daarin laat meenemen, die ‘zaait op de akker van de Geest’ schrijft Paulus.
Doe het goede! De gerichtheid om de gemeenschap komt vooral tot uiting in je daden. Prakti-sche betrokkenheid maakt je tot een gemeenschap. Niet alleen elkaar op zondag ontmoeten en elkaar bij de winkels groeten. Gemeenschap wordt gevormd door goede daden vanuit liefde, zachtmoedigheid en vriendelijkheid. Door het goede te doen houdt je het gezin van God sterk. Zo blijf je in het spoor van de Heilige Geest.
** verleg je prioriteiten (thema brief)
Mijn derde ontdekking deed ik, toen ik het woord van Paulus probeerde te begrijpen tegen de achtergrond van het thema van zijn brief: de gemeenten in Galatië, bestaande uit christenen uit de heidenen, die te maken hadden met de druk om zich ook aan de joodse wetten te houden. Daarmee zetten ze hun christelijke vrijheid en blijdschap op het spel.
‘Laten we voor iedereen het goede doen, vooral voor onze geloofsgenoten.’ Opvallend is wat Paulus hier niet zegt. De groep die hier geen aparte plaats krijgt is het joodse volk. Waar de Galaten vooral werden aangesproken op hun solidariteit met het eerste volk van God, daar zegt Paulus: je moet geen onderscheid maken dat er niet toe doet. Wanneer je je hele leven inricht om een bepaalde groep te vriend te houden, dan heb je de prioriteiten verkeerd gesteld. Laat het zo algemeen blijven als het moet zijn: doe het goede voor iedereen, vooral voor me-de-christenen. Sluit je niet op in een vriendengroep of in een familiekring. Laat niet al je energie opgaan aan een sportclub of een personeelsvereniging. Besteed niet al je tijd alleen aan mensen van je eigen cultuur en zelfs niet aan de kerk. Laat je aandacht en inzet zo breed blij-ven als de wereld is: ‘Doe het goede voor iedereen, vooral voor onze geloofsgenoten die je daar tegenkomt.’
Deze ontdekkingen hebben mij geholpen om beter te begrijpen wat Paulus bedoeld. Doe het goede in deze wereld die door het kwaad wordt beheerst. Volg de richting van de Geest naar de gemeente van Christus, door die gemeenschap sterk te maken met praktische inzet. En be-perk je tijd, geld en energie niet tot bepaalde groepen, maar houd je leven zo breed als de we-reld is. Aanwijzingen voor het nieuwe leven van een christen. Vanuit de vrijheid van Jezus Christus. Als je het nu beter begrepen hebt, rest er nog één ding: Breng het ook in praktijk. ‘Laten we voor iedereen het goede doen, vooral voor onze geloofsgenoten.’
Amen
terug
Auteur(s):
De oproep van Paulus om het goede te doen voor allen, vooral voor de geloofsgenoten, is een kerntekst voor het diaconaat van de gemeente. Daarmee bedoel ik niet het werk van de diakenen, maar van de hele gemeente en iedere christen persoonlijk. Je dienstbaarheid, je inzet om te helpen, je motivatie om met christelijke liefde te zorgen voor mensen die het moeilijk hebben, de acties van de kerk ten behoeve van barmhartigheid en gerechtigheid in de samenleving. Het diaconaat, waarmee de kerk de liefde van Christus niet met woorden, maar met daden communiceert, vooral aan de mensen in nood.
PREEK 19 JUNI 2011. CAPELLE AAN DEN IJSSEL. KEES VAN DUSSELDORP.
LEZEN: GAL.5:25-6:10. TEKST: GAL.6:10. VIERING HA. [GAL.SERIE.5]
Gemeente van Christus,
** belangrijk, maar vaag?
Groep 1 zijn je familieleden en vrienden. Groep 2 zijn alle christenen. En groep 3 zijn alle niet-christenen. Kun je inschatten hoeveel tijd, geld en energie je steekt in die verschillende groepen? Hoeveel goeds doe jij aan familieleden en vrienden? En wat doe jij voor christenen, binnen of buiten de kerk? Je mag dan natuurlijk de mensen uit de eerste groep niet meetellen. Want voor sommige mensen is contact met christenen beperkt tot de familie- en vrienden-kring. En hoeveel tijd en geld geef je aan groep 3, de mensen die geen christen zijn?
Volgens allerlei onderzoek lopen christenen aan kop in het vrijwilligerswerk. En geven ze twee keer zo veel aan giften als niet christenen. Daarmee lijken we aardig te voldoen aan wat Paulus schrijft. Maar wat gemiddeld voor de christenen geldt, is natuurlijk niet voor iedere christen praktijk. En hoe zijn tijd, geld en energie verdeeld?
De oproep van Paulus om het goede te doen voor allen, vooral voor de geloofsgenoten, is een kerntekst voor het diaconaat van de gemeente. Daarmee bedoel ik niet het werk van de diakenen, maar van de hele gemeente en iedere christen persoonlijk. Je dienstbaarheid, je inzet om te helpen, je motivatie om met christelijke liefde te zorgen voor mensen die het moeilijk heb-ben, de acties van de kerk ten behoeve van barmhartigheid en gerechtigheid in de samenleving. Het diaconaat, waarmee de kerk de liefde van Christus niet met woorden, maar met daden communiceert, vooral aan de mensen in nood.
Maar de apostel geeft er een rangorde bij. Het goede doen voor allen, vooral voor de geloofs-genoten. En die rangorde zit mij al een lange tijd dwars. Sommigen leggen de nadruk op het eerste: ‘aan allen’, terwijl anderen juist een streep zetten onder dat ‘vooral voor de geloofsge-noten’. Je voelt wel aan: dat wordt een onhandig gesprek, waarbij iedereen zijn of haar eigen gelijk haalt. Had de apostel het niet duidelijker kunnen schrijven? Of zou het kunnen zijn dat wij niet meer precies begrijpen wat hij wil zeggen?
** doe goed om uit de kwade wereld te redden
Het mooie van een serie preken is, dat bijbelteksten niet allemaal een solo zingen, maar tot klinken komen in het geheel van het koor. En nu ik me met deze tekst bezighoudt in het ge-heel van de Galatenbrief, zijn bij mij de puzzelstukjes op hun plek gevallen. En daarmee krijgt dit mooie en belangrijke woord van Paulus een veel meer heldere en eigen klank. Ik zou je graag wat willen laten zien van mijn ontdekkingstocht. Ik heb drie ontdekkingen gedaan bij de oproep van Paulus om het goede te doen.
De eerste ontdekking is dat Paulus met dit woord zijn betoog afsluit. Vanaf vs.11 volgt nog een persoonlijk, handgeschreven slot, een soort PS. Daar hoop ik volgende week bij stil te staan. Maar met de oproep om het goede te doen besluit de apostel de mooi gecomponeerde brief aan de Galaten. Dit woord sluit op een bijzondere manier aan bij het begin, waar de apostel schreef dat Christus zich gegeven heeft om ons te bevrijden van deze door het kwaad beheerste wereld. Tegenover het kwaad en zelfs midden in het kwaad zijn christenen geroepen om het goede te doen. Voel je de spanning daarin? Je bevrijding uit de slechte wereld stelt je in de vrijheid om het goede te doen. En daarin op te roeien tegen de brede stroming van onze wereld. Dat heeft iets met heiligheid te maken. Onaangepast, waarbij je weerstand oproept. Het goede wordt gelukkig meestal wel gewaardeerd in onze samenleving. Maar toch, als je recht door zee bent en met je bezwaren de koninklijke route gaat. Als je niet over mensen spreek maar hen persoonlijk aanspreekt op hun gedrag en houding. Als je radicaal afstand houdt van grijze gebieden, manipulatie en creatief boekhouden. Als je je christelijke mening over sekualiteit en relaties naar voren brengt. Als je bereid bent tot een treetje minder welvaart en ambitie. Dat is voor veel mensen toch wat onverdraaglijk.
Doe het goede! Het maakt even niet uit aan wie. Doe het goede! Dan ben je een uitzondering in deze door het kwaad beheerste wereld. Een uitzondering die tegelijk een levende uitnodi-ging vormt tot een ander leven. Een hoopvolle roeping, een instrument voor anderen tot de bevrijding in Christus.
** volg de Geest richting de gemeenschap
De tweede ontdekking heb ik vorige week al een beetje verklapt, toen het ging over het je laten leiden door de Heilige Geest. Dat is het thema van het hele laatste deel van Paulus brief, de conclusie van het hele verhaal. Laat je leiden door de Geest. Dat heeft een persoonlijke kant: geef de Geest gelegenheid zijn vrucht in jouw leven te laten groeien. Laat hem je karak-ter vormen naar Jezus Christus. Maar het heeft ook een gemeenschappelijke kant: de leiding van de Geest is gericht op de nieuwe gemeenschap. Christenen leven niet alleen voor zichzelf, maar vormen met anderen één lichaam dat in beweging blijft. Lettend op elkaar en zorgend voor elkaar. In een nieuw gezamenlijk leven, in een geestelijk gezin.
Deze gezamenlijkheid is de rode draad die de opmerkingen van Paulus verbindt: Als iemand struikelt moet je hem of haar met zachtmoedigheid en liefde weer op het rechte pad brengen, zodat hij of zij wordt gered (1). Als iemand onevenredig zwaar belast wordt, til dan met die ander de last mee. Juist de mensen die meer moeiljikheden op hun schouders hebben en zware klappen krijgen te verwerken in het leven, verdienen de steun en hulp van de medegelovigen. Voel je er niet te groots voor (2-3). Concentreer je op je eigen taak en verantwoordelijkheid. Wees kritisch op jezelf en stel je niet trots op. Je hoeft geen indruk te maken op anderen! Dat zal alleen maar verwijdering geven (4-5). Zorg voor de predikers van het evangelie, zodat de verkondiging doorgaat (6). En dwaal niet je eigen richting op, maar zoek de bedding van de gemeente (7-8). Al deze aanwijzingen verdienen een bredere aandacht dan ik nu geven kan. Ze vormen samen een prachtige uitwerking van het je laten leiden door de Geest. De Geest is gericht op de nieuwe gemeenschap. Wie zich daarin laat meenemen, die ‘zaait op de akker van de Geest’ schrijft Paulus.
Doe het goede! De gerichtheid om de gemeenschap komt vooral tot uiting in je daden. Prakti-sche betrokkenheid maakt je tot een gemeenschap. Niet alleen elkaar op zondag ontmoeten en elkaar bij de winkels groeten. Gemeenschap wordt gevormd door goede daden vanuit liefde, zachtmoedigheid en vriendelijkheid. Door het goede te doen houdt je het gezin van God sterk. Zo blijf je in het spoor van de Heilige Geest.
** verleg je prioriteiten (thema brief)
Mijn derde ontdekking deed ik, toen ik het woord van Paulus probeerde te begrijpen tegen de achtergrond van het thema van zijn brief: de gemeenten in Galatië, bestaande uit christenen uit de heidenen, die te maken hadden met de druk om zich ook aan de joodse wetten te houden. Daarmee zetten ze hun christelijke vrijheid en blijdschap op het spel.
‘Laten we voor iedereen het goede doen, vooral voor onze geloofsgenoten.’ Opvallend is wat Paulus hier niet zegt. De groep die hier geen aparte plaats krijgt is het joodse volk. Waar de Galaten vooral werden aangesproken op hun solidariteit met het eerste volk van God, daar zegt Paulus: je moet geen onderscheid maken dat er niet toe doet. Wanneer je je hele leven inricht om een bepaalde groep te vriend te houden, dan heb je de prioriteiten verkeerd gesteld. Laat het zo algemeen blijven als het moet zijn: doe het goede voor iedereen, vooral voor me-de-christenen. Sluit je niet op in een vriendengroep of in een familiekring. Laat niet al je energie opgaan aan een sportclub of een personeelsvereniging. Besteed niet al je tijd alleen aan mensen van je eigen cultuur en zelfs niet aan de kerk. Laat je aandacht en inzet zo breed blij-ven als de wereld is: ‘Doe het goede voor iedereen, vooral voor onze geloofsgenoten die je daar tegenkomt.’
Deze ontdekkingen hebben mij geholpen om beter te begrijpen wat Paulus bedoeld. Doe het goede in deze wereld die door het kwaad wordt beheerst. Volg de richting van de Geest naar de gemeente van Christus, door die gemeenschap sterk te maken met praktische inzet. En be-perk je tijd, geld en energie niet tot bepaalde groepen, maar houd je leven zo breed als de we-reld is. Aanwijzingen voor het nieuwe leven van een christen. Vanuit de vrijheid van Jezus Christus. Als je het nu beter begrepen hebt, rest er nog één ding: Breng het ook in praktijk. ‘Laten we voor iedereen het goede doen, vooral voor onze geloofsgenoten.’
Amen
terug
