Veel gestelde vragen
Op deze pagina vindt u de veelgestelde vragen van alle rubrieken samengebracht in één geheel. Deze pagina is nog in ontwikkeling!
Neem gerust contact op als u het antwoord op uw vraag niet op de website kunt vinden.
Stel een vraag
Al enkele jaren bestaat er voor de diakenen een 'giftenadvieslijst', die regelmatig wordt bijgewerkt. In deze advieslijst vinden diakenen een aantal criteria aan de hand waarvan ze hun giftenbeleid kunnen vaststellen. In het algemeen is het aan te bevelen om in elk jaar een beperkt aantal (bijvoorbeeld 10) organisaties een diaconale gift te verstrekken. De meest recente advieslijst is te downloaden van de website, zie Diaconale Doelen-beleid. Ook is daar een lijst met een groot aantal aanbevolen organisaties te downloaden.
Elk jaar krijgen de diakenen een aanbeveling van het Generaal Diaconaal Deputaatschap (GDD) over de diaconale steun aan een aantal gereformeerde zorginstellingen. U krijgt daarover rechtstreeks een betalingsverzoek van de zorginstellingen, waarbij de aanbevelingsbrief van GDD is bijgevoegd. Voor de hoogte van deze aanbevelingen zie hieronder bij Quota.
Diaconaal Steunpunt
Het quotum voor het Diaconaal Steunpunt wordt geind via de algemene kerkelijke kosten (scriba of penningmeester kerk), de questor van de GKv. Diakenen hoeven dit bedrag niet meer rechtstreeks naar de GDD-penningmeester over te maken. Afhankelijk van de interne afspraken kan het bedrag worden overgemaakt naar de boekhouder van hun kerk.
De diakenen stonden aan de wieg van De Driehoek. Vanaf de oprichting hebben de diaconien zich dan ook bereid getoond om de Driehoek financieel te steunen. Omdat niet alle diaconien afzondelijk over die steunverlening met De Driehoek kunnen gaan praten, is het Generaal Diaconaal Deputaatschap (GDD) door de synode aangewezen om namens alle diaconien met De Driehoek (en met de andere gereformeerde zorgorganisaties) jaarlijks te overleggen over de noodzaak en omvang van de diaconale steun. Het GDD doet vervolgens een dringende aanbeveling aan alle diaconien voor een bepaald bedrag per ziel (quotum) voor De Driehoek. Dit geldt ook voor de SGJ (en voor Dit Koningskind, De Wegwijzer, Bralectah).
Het Kinderbeschermingswerk, dat aanvankelijk ook onderdeel was van de taak van De Driehoek, is in 2001 afgesplitst en ondergebracht in de SGJ. Tot het jaar 2001 moest De Driehoek dan ook een deel van zijn ontvangen diaconale steun doorsluizen naar dit werk. Sinds 2002 ontvangt de SGJ rechtstreeks financile steun van de diaconien. Het oorspronkelijke quotum voor De Driehoek is dus gesplitst in een bedrag voor De Driehoek zelf en een bedrag voor de SGJ. Op 9 januari 2002 hebben alle diaconien een brief gehad van het GDD met informatie over die 'ontvlechting' tussen Driehoek en SGJ. In sommige gemeenten is een commissie die het 'Driehoekquotum' int bij de gemeenteleden. Gezien de historie is het begrijpelijk dat die commissie met De Driehoek werd geassocieerd. Maar zoals gezegd: al een aantal jaren gaat een deel van dit geld naar de SGJ. SGJ en Driehoek hebben dus op dit moment voor de diakenen een gelijkwaardige positie. De diaconien zorgen er voor dat die quota binnen komen. Evenals de diaconie het bedrag voor de Driehoek evt. aanvult als de gemeente te weinig opbrengt, zal ze dit ook mogen doen voor de SGJ.
De WMO is de Wet op de Maatschappelijke Ondersteuning. Met deze wet wil de overheid de sociale samenhang in en de leefbaarheid van dorpen, wijken en buurten bevorderen.
De burgerlijke gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de WMO. Bij de vormgeving van de WMO moet de gemeente inspraak geven aan de burgers, in het bijzonder aan de burgers om wie het gaat, en hun (belangen)organisaties.
De WMO is gebaseerd op een drietal uitgangspunten:
Mensen zorgen voor zichzelf en voor anderen en zijn actief in de samenleving.
Mensen doen een beroep op hun omgeving (familie, vrienden, buren, vrijwilligers) als zij zichzelf niet meer kunnen redden.
Als het met aanvullende mantelzorg en vrijwilligerswerk niet meer lukt, kunnen zij een beroep doen op de overheid voor aanvullende voorzieningen
De WMO stimuleert de individuele gemeenteleden om hun zorg ook uit te strekken tot buiten de gemeente. Daarnaast worden de kerken uitgenodigd om via het diaconaat in de samenleving present te zijn. Dat kan door het inzetten van diaconale gelden voor personen en organisaties buiten de kerk en/of door invloed uit te oefenen op de organisatie van de zorg- en hulpverlening in de burgerlijke gemeente. Dit kan door nood te signaleren, belangen te behartigen, te onderhandelen, of een bestuurlijke taak op te pakken.
Diaconale daden hebben in zichzelf betekenis, ze zijn een getuigenis van Gods reddende liefde. Tegelijk mag je wel vertellen wat je religieuze drijfveren zijn. Daden mogen toegelicht worden. Maar als daar geen mogelijkheid of openheid voor is, dan is het geen verplichting. Tegelijk mogen we bidden, dat God door het diaconaat een ruimte creëert, waarin het gesprek over je drijfveer wel mogelijk is.
De kerk is één van de instanties in de omgeving van mensen, waar ze een beroep op kunnen doen als ze zorg nodig hebben. Vandaar dat de overheid ook een beroep doet op de kerken om een rol in de WMO te spelen. Daarnaast zijn wij als kerken participant in de WMO, omdat wij via de diaconie steun geven aan gemeenteleden en instellingen.
De kerken kunnen wettelijk niet verplicht worden om aan de uitvoering van de WMO mee te werken. Wel is de WMO een mogelijkheid om het diaconale hart van de gemeente in de samenleving te laten spreken. Uiteindelijk moet elke kerk op basis van de vragen die op haar afkomen en op basis van wat ze aan mogelijkheden heeft zelf een afweging maken, op welke wijze zij een rol in de WMO willen spelen.
De kerntaak van de diakenen blijft te allen tijde: stimuleren, opwekken, signaleren en afstemmen van gaven en noden in en soms buiten de gemeente. Als het gaat om prioriteiten, dan geldt de algemene regel: “Doet wel aan allen, in het bijzonder aan de huisgenoten des geloofs”, (Gal 6:10).
Belangrijk is dat de kerk geen taken van de overheid overneemt, maar let op haar eigen verantwoordelijkheid. De rol van de kerken is een aanvullende op die van de overheid, voor wie de zorg voor zwakken in de samenleving primair is. De kerk moet geen verlengstuk zijn van de overheid en ze moet zich ook niet inlaten met activiteiten die tot aansprakelijkheid kunnen leiden. Dit vanwege imago overwegingen en vanwege kwaliteitseisen. De kerk kan daarvoor stichtingen oprichten, die een schil om het diaconaat van de gemeente vormen, en waardoor de kerk ook mensen in de samenleving kan helpen.
De kerken kunnen op verschillende manieren een rol spelen in de WMO. Indirect doordat individuele gemeenteleden ingaan op het beroep dat anderen (zowel gemeenteleden als niet-gemeenteleden) in hun omgeving op hen doen. Op directe wijze wanneer de kerk als kerk diaconaal inspeelt op de hulpvraag van mensen, zowel van gemeenteleden als van niet-gemeenteleden, die zichzelf niet meer kunnen redden. Verder kan de kerk zich, gevraagd door de overheid of op eigen initiatief, gaan inzetten als belangenbehartiger van (groepen) mensen.
De rol van de diakenen is drieledig. Allereerst kunnen ze een rol spelen bij de zorg voor de eigen gemeenteleden die met de WMO te maken krijgen, (in het kader van het intern diaconaat). Concreet betekent dat gemeenteleden wegwijs maken in het WMO-gebeuren en gemeenteleden via de WMO ondersteunen. Daarnaast kunnen ze ook een rol spelen bij de diaconale zorg voor niet-gemeenteleden, die op hun pad komen, (in het kader van het extern diaconaat). Ten derde kunnen de diakenen een rol spelen bij de belangenbehartiging van (groepen) mensen, (zowel gemeenteleden als niet-gemeenteleden). Dat kan door beleidsbeïnvloeding in de uitvoering van de WMO via burger- en cliëntenparticipatie.
Net als andere burgers kan ook de kerk met haar gemeenteleden de zorg bieden, waar de overheid toe oproept. Wanneer echter professionele zorg nodig is, zul je als kerk daar naar moeten verwijzen en wegen moeten zoeken, dat deze zorg ook geboden wordt.
Gemeenteleden krijgen te maken met de WMO, wanneer zij zich zelf niet goed meer kunnen redden en daarvoor een beroep moeten doen op hun omgeving. Daarnaast krijgen gemeenteleden te maken met de WMO, wanneer er vanuit de omgeving een beroep op hen gedaan wordt om anderen als mantelzorger of vrijwilliger te helpen.
De diakenen zullen er oog voor moeten hebben, dat de WMO consequenties heeft voor gemeenteleden die zorg nodig hebben. Daarnaast zal er aandacht moeten komen voor de mantelzorgers en de vrijwilligers in de gemeente. Voor de diakenen is belangrijk, dat ze kennis hebben van de noden die er in de gemeente zijn, weten welke gaven er in de gemeente zijn, welke specialisten er geraadpleegd kunnen worden en welke professionele instanties er zijn om in bijzondere noden te voorzien.
Omdat in de WMO een groter beroep op vrijwilligers wordt gedaan is vrijwilligersbeleid een zaak die nadere aandacht vraagt. Het is daarom wenselijk dat de diakenen gaan inventariseren, wat er al door gemeenteleden zoal aan vrijwilligerswerk gedaan wordt in en buiten de gemeente. Ook het zinvol om zich te bezinnen op de vraag: hoe werf en bind je vrijwilligers en hoe faciliteer je die om de taken, die de kerk in het kader van de WMO op wil pakken, ook uit te kunnen voeren? De kerk is echter niet wettelijk verplicht om vrijwilligers te leveren.
Mantelzorgers-zijn doet een beroep op de draagkracht van de mantelzorger. Ze hebben daarom soms behoefte aan ondersteuning. Daarvoor kunnen ze goed terecht bij organisaties als b.v. de NPV. Daarnaast is het goed, wanneer diakenen en ouderlingen bewust zijn van signalen, waaruit blijkt dat mantelzorgers ondersteuning nodig hebben. Het doel van deze ondersteuning moet zijn, dat de mantelzorger bij de zorg voor de naaste of het familielid de regie over het eigen leven blijft behouden.
De diaken hebben niet enkel een uitvoerende rol, maar ook een coördinerende en stimulerende rol, omdat de gemeente zelf de roeping heeft om diaconaal te zijn. Diaconale gemeente zijn betekent meeleven, daadwerkelijke steun bieden, gemeenteleden inschakelen, letten op specifieke mogelijkheden en gaven die mensen hebben, en bidden voor de naaste en om liefde voor de naaste.
Dat is afhankelijk van de plaatselijke situatie. Ben je een stadskerk of kerk op het platteland? Hoe ziet de sociale kaart eruit? Wat wordt er al gedaan aan extern diaconaat? Welke zorg- en welzijnsorganisaties zijn er al in de omgeving? Wat zijn de mogelijke ‘doelgroepen’? Waar je als kerk aan kunt denken is b.v. wijkadoptie, een diaconaal platform organiseren of diaconaat in de eigen omgeving opzetten.
Een belangrijke rol van de kerk naar de overheid toe kan zijn om inspraak te zoeken bij en mee te praten over de invulling van het WMO-beleid. Met name als het over thema’s gaat, waar de kerken verantwoordelijkheid voor dragen of waar zij ‘verstand’ van hebben: b.v. als het gaat om preventie, signalering, advisering, verwijzing en toeleiding naar de WMO, kunnen de kerken een eigen inbreng hebben. Zo kunnen ze als vertegenwoordiger van cliënten (gemeenteleden) een eigen visie inbrengen en adviezen opstellen over het beleid.
Samenwerken is niet iets nieuws. In het verleden gebeurde dat ook al. Op die manier kun je als kerken elkaar tot een hand en voet zijn en werken aan de roeping om de eenheid in Christus te bewaren en vorm te geven. Daarnaast heb je dan een helder adres voor overheid en andere instanties.
Een belangrijk doel van het diaconaal platform is, dat je zo als kerken steviger een eigen geluid kunt laten horen richting de gemeentelijke overheid. Daarnaast kan het ook een vorm zijn om diaconaal samen te werken. Maar als er al andere goede structuren zijn om deze doelen te bereiken, kun je je daar als kerk ook goed bij aansluiten. Wees in ieder geval helder over het doel van zo’n platform: dat kan zijn voor uitwisseling van informatie, afstemming van activiteiten, een gezamenlijke spreekbuis of voor het opzetten van gezamenlijke projecten eventueel met professionele instellingen.
De rol van de diakenen in de WMO is vooral initiërend en stimulerend. Als het om initiatieven gaat, is het goed om deze zo snel mogelijk aan gemeenteleden over te doen of daar een zelfstandige stichting voor op te richten. Naar buiten toe hebben de diakenen wel een vertegenwoordigende rol voor de kerken, maar zo gauw als er afgeleide overleggen zijn kunnen de diakenen daar ook capabele gemeenteleden voor in schakelen.
Dat hangt van een aantal factoren af. De belangrijkste vraag die je je moet stellen is: wat wil je als kerk daar bereiken. Verder hangt het er vanaf, of je daar als kerk capabele gemeenteleden voor hebt met een politiek-bestuurlijke affiniteit hebben en of er niet al op andere wijze, b.v. via christelijke patiëntenorganisaties, voldoende christelijke inbreng in de vorming van het WMO-beleid is. Als je als kerk meedoet, besef wel in welke hoedanigheid je daar aan mee wil doen. B.v. als vertegenwoordiger van patiënten of van een deel van de bevolking, als potentiële hulp- of zorgverlener, of als vertegenwoordiger van een groep vrijwilligers. Regel in ieder geval goed zaken als de bevoegdheden, het mandaat, de verantwoording en de terugkoppeling van de vertegenwoordiger van de kerk.
Ja, dat kan als er sprake is van het uitvoeren van beleid. B.v. voor scholing van vrijwilligers of voor de ondersteuning van mantelzorgers. Als het om structurele activiteiten in het kader van de WMO gaat, kun je als kerk het beste een aparte stichting voor oprichten. De financiële relatie is er dan niet met een kerk, maar wel met de stichting.
De diaconie doet er verstandig aan zoveel mogelijk door te verwijzen naar de reguliere schuldhulp mogelijkheden. Daar zit de professionele kennis die in zo’n traject hard nodig is. Maar let er op dat je het daarmee niet ‘over de muur gooit’. De taak van de diaconie houdt niet op na doorverwijzen!
Het goed leren omgaan met inkomsten en uitgaven in samenwerking met een budgetbegeleider of budgetcoach. Men behoudt de volledige zeggenschap over de financiële huishouding. Doel is om in de toekomst zelfstanding de financiële huishouding goed te runnen.
Problematische schulden zijn toch vaak gewoon de schuld van de persoon zelf? Ze zijn gewoon dom geweest en nu zitten ze in de problemen. Natuurlijk willen ze nu hulp. Maar is het eigenlijk niet gewoon ‘eigen schuld, dikke bult?’
Allereerst is het een misverstand om te denken dat iedereen die problematische schulden wel iets stoms zal hebben gedaan. Er zijn veel verhalen van mensen die door een opeenstapeling van omstandigheden in de problemen zijn gekomen. Kijk bijvoorbeeld maar eens hier voor een aantal profielen van mensen me schulden.
En is het daarnaast ook niet een beetje vreemd om te versonderstellen dat iedereen wel de handigheid zal hebben om met geld om te gaan? We vinden het eigenlijk vanzelfsprekend dat iedereen met geld moet kunnen omgaan. Maar waarom vinden we het niet raar als iemand geen auto’s kan repareren, of geen handigheid heeft in het omgaan met techniek, maar vinden we het wel raar als iemand geen handigheid heeft om met geld te kunnen omgaan?
Er zijn gemeentelijke en particuliere schuldhulp-bureaus. Bij de gemeente wordt de schuldhulpverlening meestal gedaan door de afdeling Sociale Zaken, de gemeentelijke kredietbank of het maatschappelijk werk. Kijk voor adressen in de gemeentegids of op de website van de gemeente, of bel met de afdeling Sociale Zaken. Door deze organisaties worden geen kosten in rekening gebracht voor de schuldhulp.
Daarnaast staan er diverse links naar organisaties op het gebied van schuldhulpverlening op de website van het Diaconaal Steunpunt.
Bij budgetbeheer is er iemand anders die het beschikbare budget beheert. Het inkomen wordt gestort op een rekening van de budgetbeheerder. Hiermee worden door de budgetbeheerder alle rekeningen betaald. Men krijgt huishoudgeld (leefgeld, weekgeld) om de dagelijkse boodschappen te doen: eten, drinken en persoonlijke verzorging.
Schulden zorgen maar al te vaak voor veel druk en extra problemen. Soms lopen schulden zo hoog op dat alleen nog maar het ene gat met het andere wordt gedicht. Dat is een ontmoedigende situatie waar zonder hulp van buitenaf waarschijnlijk moeilijk uit te komen is. Schuldhulpverlening kan dan de oplossing zijn. Schuldhulpverlening houdt in dat men een instantie inschakelt om de schulden te regelen. Samen met de schuldhulpverlener wordt dan gekeken naar de financiële situatie en naar oplossingen.
Er zijn verschillende vormen van schuldhulpverlening:
. schuldbemiddeling
. (minnelijke) schuldsanering
. wettelijke schuldsanering.
Schuldbemiddeling wil zeggen dat met de hulp van een schuldhulpverlener de schulden worden geregeld met de schuldeisers. De bemiddelaar bekijkt hoeveel en wat voor schulden er zijn en stelt een betalingsplan op. Daarna neemt hij contact op met de schuldeisers en vraagt hen mee te werken aan het betalingsplan en af te zien van beslag op uw loon of uitkering of huisuitzetting.
Een betalingsplan duurt meestal hooguit drie jaar. Het doel is aflossing van al uw schulden, maar het kan ook zijn dat er een deel kwijtgescholden wordt.
Bij schuldbemiddeling krijgt u geen nieuwe lening om uw oude schulden af te lossen, er wordt alleen bemiddeld.
Schuldsanering houdt in dat alle schulden en betalingsachterstanden overgenomen worden door één instantie zodat u nog maar één schuldeiser hebt. Dit wordt een saneringskrediet genoemd.
Een schuldsaneringsregeling duurt meestal drie jaar. In die drie jaar kan de persoon niet zelf over het inkomen beschikken, maar krijgt elke maand een vast bedrag waarmee de vaste lasten en dagelijkse kosten (voedsel e.d.) kunnen worden betaald. Iemand anders beheert dan de rest van het geld en zorgt ervoor dat de vaste lasten betaald worden.
Met wat overblijft van het inkomen worden dus de schulden afbetaald; ook huurachterstanden, belastingschulden en dergelijke. Houdt de persoon zich drie jaar aan de schuldsaneringsregeling, dan is hij of zij daarna van de schulden af (zie ook het de vraag over schone lei).
Een schuldsanering kan minnelijk of wettelijk zijn, zie de vraag hieronder.
Het minnelijk traject voor het aflossen van schulden bestaat uit de volgende onderdelen:
Het inventariseren van schulden door een schuldhulp instantie;
Het berekenen van de afloscapaciteit;
Het formuleren van een voorstel aan schuldeisers; Dit houdt in dat er wordt aangeboden een deel van de schuld te betalen tegen kwijtschelding van de rest van de vordering.
Als schuldeisers akkoord gaan en de cliënt voldoet binnen 36 maanden aan zijn verplichtingen,volgt een volledige kwijting van alle schulden.
Als één of meer schuldeisers weigeren, is het minnelijk traject mislukt. De rechter kan een 'dwangakkoord' opleggen als enkele schuldeisers niet willen meewerken. Dat betekent dat de schuldeisers toch mee moeten doen met de minnelijke schuldsanering.
Komt een cliënt de afspraken niet na, dan wordt het minnelijk traject beëindigd.
Voor het instellen van een wettelijk traject, dient er eerst een minnelijk traject doorlopen te zijn.
Sinds 1 december 1998 bestaat er een wettelijke regeling voor mensen die schulden hebben waar ze niet meer uitkomen. Deze regeling heet de Schuldsaneringsregeling Natuurlijke Personen, meestal kortweg aangeduid als WSNP. De WNSP kan pas worden aangevraagd nadat een minnelijke schuldsanering is mislukt. In het kort werkt de WSNP als volgt:
Het minnelijk traject is mislukt
Men meldt zich aan bij de rechtbank.
De rechter beslist, aan de hand van een aantal criteria, of men kan worden toegelaten tot de WSNP.
Indien de rechter beslist dat iemand kan worden toegelaten, dan wordt er een bewindvoerder aangesteld. Deze bewindvoerder heeft als taak om te regelen dat de schulden zo veel mogelijk worden vereffend. De bewindvoerder bepaalt welk bedrag de schuldenaar maandelijks moet gaan aflossen en stelt op basis daarvan een saneringsplan op dat de rechtbank moet vaststellen en waar de schuldenaar zich aan moet houden.
De bewindvoerder rapporteert halfjaarlijks aan rechtbank;
Als de schuldenaar zich drie jaar heeft gehouden aan het saneringsplan en aan alle gestelde voorwaarden heeft voldaan, dan wordt er door de rechtbank een "schone lei" verleend. Men is dan van de schulden af, ook al heeft men in de drie jaar dat de regeling duurde niet alles kunnen afbetalen.
Toelating tot de WSNP wordt gepubliceerd in de krant. Ook wordt er een postblokkade ingesteld: voor de schuldenaar bestemde post gaat ter controle eerst langs de bewindvoerder.
Tijdens het traject mogen cliënten geen nieuwe schulden maken, moeten ze zich maximaal inzetten om de schulden af te lossen. Dat moet in 36 maanden gebeurd zijn. Schuldeisers zijn verplicht kwijtschelding te verlenen van de restschuld. De rechter-commissaris houdt toezicht op de uitvoering van het vastgestelde saneringsplan.
Een koophuis zal in de meeste gevallen worden verkocht. Van de opbrengst wordt eerst de hypotheekverstrekker betaald. Blijft er daarna nog een bedrag over, dan wordt dit in de boedel gestort voor de overige schuldeisers. Is de opbrengst van de woning niet voldoende om uw hypotheek af te lossen, dan kan de hypotheekverstrekker het restant van de hypotheekschuld indienen in de schuldsanering.
Als de verplichtingen uit de schuldsanering worden nagekomen, krijgt de persoon na afloop van de schuldsanering een zogenaamde “schone lei”. Aan het einde van de wettelijke schuldsanering gaat de bewindvoerder de gelden uitdelen die u gedurende de looptijd van de Wsnp gespaard heeft. Vaak is het gespaarde bedrag niet hoog genoeg om alle schulden volledig te betalen. Er blijft dan een restvordering staan. De schone lei houdt in dat deze restvorderingen voor de schuldeisers niet meer opeisbaar zijn. Er mag nog op worden afbetaald, maar dat hoeft niet.
Als de verplichtingen niet worden na gekomen tijdens de schuldsanering, kan de schuldsanering op verzoek van de bewindvoerder of de rechter-commissaris tussentijds worden omgezet in een faillissement. Ook kan de rechtbank besluiten om aan het einde van de schuldsanering de “schone lei” te onthouden. In beide gevallen blijft de persoon met de schulden zitten.
Voorkomen is beter dan genezen. Signaleer en bespreek risico gedrag. Breng bezinning op gang hoe we (zouden moeten) omgaan met ons geld en goed. Wordt het geen tijd dat we elkaar weer opscherpen in het tevreden zijn met wat God ons heeft gegeven?!
Help mensen met het op orde brengen van hun administratie. Breng bijvoorbeeld budgetteercursussen onder de aandacht of koppel ze aan een financieel specialist in de gemeente.
Allereerst kan de diaconie doorverwijzen. Schuldhulp is een vak apart en vraagt om een professionele aanpak. Durf het als diaconie uit handen te geven.
Als iemand in een traject zit is het heel belangrijk om met iemand op te lopen. Schuldhulpverlening is namelijk een zwaar traject. Biedt morele steun en begeleid waar nodig.
De diaconie en gemeenteleden kunnen bijvoorbeeld helpen met het opstellen van een financieel plan om rond te komen want de bewindvoerder stelt (vaak) alleen het af te lossen bedrag vast. De persoon in kwestie moet zelf verder alles uitzoeken.
Daarnaast worden beide partners verplicht te werken, ook als er kinderen zijn. En het kan voorkomen dat de auto moet worden verkocht wanneer deze niet voor het werk noodzakelijk is. Dit alles levert allerlei praktische moeilijkheden op waar de gemeente in kan bijspringen.
Geef in elk geval geen geld aan mensen met schulden! Aandacht, gebed en praktische hulp zijn veel waardevoller.
Realiseer je ook dat sommige christenen minder makkelijk uitkomen voor hun schulden. Ze hebben het idee dat ze in de kerk al gauw het stigma van ‘slecht rentmeester’ krijgen. Men denkt gauw aan dat vingertje. Als diaken is het echter niet je taak om te wijzen maar om op te lossen. Hierin mag je ook de gemeente voor gaan.
Als mensen na drie jaar uit het traject komen kan de diaconie helpen om het ‘normale’ leven weer op te pakken. Blijf op de achtergrond aanwezig en help terugval te voorkomen. Als de financiële armslag weer wat ruimer wordt is de verleiding soms groot. Biedt waar nodig budgetcursussen aan.
Het kan ook zijn dat mensen verder moeten in structurele armoede. Ook dan is het de taak van de diaconie en de gemeente om praktische en morele steun te bieden en mensen te laten ervaren dat ze lid zijn van het lichaam van Christus.
Van oudsher heeft de diaconie een taak in het financieel steunen van mensen. Vroeger toen de staat deze taak niet nog grotendeels op zich had genomen, was bestrijding van armoede een voorname taak van de kerken (in een grotendeels kerkelijk Nederland). Het diaconaat is echter veel breder en gaat over inzet van gaven, helpen bij noden en (onderling) omzien naar de naaste door de gemeenteleden. Geen reden dus om het diaconaat te beperken tot financiële steun. Dit is echter wel een belangrijk onderdeel van de taak van de diaconie. Het meeleven van de diaconie hoeft niet altijd omgezet te worden in financiële steun, vaak is andere steun of aandacht meer adequaat.
Diaconale steun in financiële zin kan nodig zijn wanneer mensen, gemeenteleden of daarbuiten, zelf niet meer in staat zijn om rond te komen. De diaconie zou moeten stimuleren dat in ieder geval de mogelijkheden die overheid biedt worden benut. Denk aan uitkeringen, bijzondere bijstand, kwijtscheldingen en toeslagen e.d.
Allereerst kan de diaconie het motto hanteren dat niemand in de gemeente ongetroost mag zijn onder druk van ziekte, eenzaamheid of ARMOEDE. Vooral dit laatste kan reden zijn tot financiële steun. Dit maakt de steun complex, omdat de mate van druk die mensen ervaren kan verschillen, ook wanneer de financiële situaties gelijk zijn.
Daarnaast kan de diaconie het motto hanteren dat er geen garantie is van een welvaartsniveau, maar van een zachte landing. Dus hulp bij het wennen aan een nieuwe levens- en welvaartssituatie. Dit kan betekenen dat mensen hun huis moeten verkopen, of een goedkoper huis moeten gaan huren, een auto wegdoen of hun uitgavenpatroon aanpassen.
Een diaconie van een reguliere kerk valt onder de ANBI-regeling. Een gift aan de diaconie is daarmee altijd volledig aftrekbaar. Uiteraard rekening houdend met de geldende drempels qua giftenaftrek (1%-10%).
Wanneer een diaconie een gift schenkt aan een particulier is deze in principe niet belastbaar voor inkomstenbelasting en is geen schenkingsrecht verschuldigd. Uitzondering hierop is een gift die periodiek plaatsvindt.
Duidelijk te maken dat de giften voor een afgeronde periode worden geschonken.
Door een bedrag te schenken ter delging (aflossing) van een (gedeelte van een) schuld.
Een gift te schenken voor de aanschaf van noodzakelijk producten (voedsel, kleding, wasmachine e.d.), dus vergelijkbaar zijn met de bestedingsdoelen waarvoor ook dikwijls bijzondere bijstand wordt uitgekeerd.
Wanneer er sprake is van een voorzienbare/afgesproken reeks van ‘giften’
De duur van de uitkering afhankelijk is van een onzekere gebeurtenis in de toekomst, de gift is dan dus structurele inkomenssteun zolang die omstandigheid van kracht is.
Er geen sprake is van wederzijdse verplichtingen.
Voor uitkeringen als WWB (bijstand) e.d. kennen andere regels dan voor de fiscus. Ook als een gift voor de fiscus niet belastbaar is, kan dit wel tot een korting leiding op de (WWB-)uitkering. Iedere burgerlijke gemeente is vrij om het beleid in deze vast te stellen. Dus de vrijlating (het bedrag dat zonder korting van de uitkering mag worden bijverdiend of ontvangen) kan plaatselijk verschillen. Uitgangspunt hierbij is dat burgers geprikkeld moeten worden om middels werk zelf in hun inkomen te voorzien. Giften uit hun omgeving zou deze prikkel verlagen.
Wanneer een diaconie steun wil verlenen aan een gemeentelid die ook een uitkering ontvangt, is het goed om op de hoogte te zijn van de plaatselijke regelingen én om het steunvoornemen voor te leggen aan de uitkeringsinstantie. Dit laatste om te zoeken naar mogelijkheden om de (financiële) situatie voor de betrokkene te verlichten en te voorkomen dat er achteraf wordt gekort op de uitkering.
In het algemeen geldt hier dat uiterste terughoudendheid en behoedzaamheid is geboden.
Bij een kleine zelfstandige zijn ondernemingsfinanciën en privéfinanciën vaak verweven. Een diaconie is er in eerste instantie om natuurlijke personen (mensen) bij te staan bij moeiten in hun leven. Een onderneming is een rechtspersoon (VOF, eenmanszaak of ZZP)en valt daarom niet onder dat criterium. Tekorten van een onderneming behoren daarom tot de bedrijfsrisico’s. Diakenen kunnen niet de zakelijke schulden overnemen of de onderneming nieuw leven inblazen. Zakelijke schulden moeten op een zakelijke manier worden behandeld en afgehandeld. Men kan immers geen ondernemer blijven, als de diaconie daarbij structureel moet bijspringen.
Wel dienst de diaconie oog te hebben voor de effecten van ondernemingsproblemen op de privésituatie. Het kan zijn dat er dan toch reden is tot steun, zij het dat hiermee indirect ook de onderneming wordt gesteund. De belangen van het gezin staan voorop.
Lees hier meer informatie.
Een diaconie kan een verzoek ontvangen om een gift aan te nemen om deze door te geven aan een natuurlijk persoon, een bestemde gift. Een dergelijk verzoek heeft tot doel om de giftgever te anonimiseren, of om de gift wel aftrekbaar te maken waar dat qua schenkingsrecht niet mogelijk is. In het eerste geval zou ook een anonieme storting mogelijk zijn, of desnoods een envelop door de brievenbus. De tweede situatie komt vaker voor.
Een diaconie heeft een eigen verantwoordelijkheid en zal in gelijke situatie gelijk dienen te handelen, dus zonder aanzien des persoons. Ingaan op een dergelijk verzoek kan dus wanneer:
- De diaconie initiatief hiertoe heeft genomen (rekening opengesteld voor dit doel)
- De diaconie zich (ook beleidsmatig) achter het initiatief kan scharen
- De diaconie zonder willekeur te werk gaat
- De eigen zelfstandigheid/verantwoordelijkheid behoud
Een diaconie kan dus ook redenen hebben om niet in te gaan op een dergelijk verzoek. De aftrekbaarheid voor de gever ten spijt.
Lees hier verder voor meer informatie
Iedere diaconie bepaalt haar eigen beleid inzake steunverlening. Soms komt het voor dat gemeenteleden tegenvallende facturen van therapeuten aan de diaconie doorsturen. Stelregels bij deze onderwerpen is dat de kosten vooraf met de diaconie worden overlegd, wanneer deze te hoog zijn om door het gemeentelid zelf te dragen en deze niet door de verzekeraar worden gedekt.
Het is helemaal niet vreemd om te investering in de kwaliteit van (het eigen mentale) leven.
Bewaar niet alles, maar gooi ook niet te snel iets weg. Eigen materiaal en correspondentie zal vooral bewaard dienen te blijven. Eigen besluiten (algemeen en persoonlijk) zijn zeker het bewaren waard.
De stukken van de diaconie zijn een onderdeel van de stukken van de gehele kerk. De inactieve stukken kunnen daarom het beste worden overgedragen aan de archivaris van de kerk.
- bewaartermijn van financiële stukken is 7 jaar (wettelijk verplicht)
- uitvoer- en beleidstukken nooit weggooien (is wenselijk volgens archivaris)
- voor persoonlijke informatie geldt een termijn/regeling. Na 20 (tot 50) jaar pas toegankelijk (voor onderzoekers die specifiek naar informatie zoeken)
Bij weggooien gaat het volledige archief verloren. Bij opschonen wordt een selectie gemaakt van de stukken, zodat de stukken kunnen worden weggegooid en andere kunnen worden gearchiveerd en bewaard blijven voor het nageslacht.
Een archief is handig om de eigen besluiten en onderliggende argumenten nog eens terug te lezen. Dit voorkomt dwaling wegens gebrek aan (historische) kennis. Ook is een archief heel belangrijk voor onderzoekers die onderzoek doen naar een kerk, een familie of een specifiek onderwerp uit het verleden.
Bewaar vooral de beleidsstukken (notulen, jaarstukken, jaarverslagen e.d. De uitvoeringsstukken zijn vaak minder interessant (stembriefjes e.d.). De stukken van classisbijeenkomsten worden vaak op een andere plek bewaard. Wellicht goed om hierover afspraken te maken in de classis.
Het is goed mogelijk om de notulen te anonimiseren waar het vertrouwelijke informatie betreft. Iedere situatie kan in de notulen worden weergegeven met een code. In een aparte lijst worden codes gekoppeld aan personen. Die lijst kan separaat beschikbaar zijn tijdens de vergadering en vervolgens alleen bij enkelen (penningmeester, voorzitter e.d.), zo lang als relevant i.v.m. de situatie.
Inderdaad tijden veranderen. Veel informatie gaat tegenwoordig digitaal. Dit vraagt een andere manier van archiveren. Zorg in ieder geval voor een overzichtelijk mappenstructuur waarin alle documenten kunnen worden opgeborgen.
In de tussentijd kunnen een keer per jaar de relevante stukken/mappen uit het digitale archief worden geprint en toegevoegd aan het bewaararchief.
Papieren zijn evt. te scannen en ook digitaal op te slaan. Een laptop/beamer tijdens de vergadering zou in de toekomst handig kunnen zijn. Zorg voor regelmatige back-up op een veilige plek. Een diaconie-/kerkelijk-intranet is wellicht ook een optie voor de toekomst. Overleg dit punt ook met de archivaris
In Kampen zit het ADC van de GKv. ADC = Archief- en DocumentatieCentrum, www.adckampen.nl. Hier werkt een gediplomeerd archivaris. Gooi dus nog niet zomaar iets weg, maar vraag eerst om advies in deze. En overleg met de archivaris van de eigen kerk of classis.
Neem gerust contact op als u het antwoord op uw vraag niet op de website kunt vinden.
Stel een vraag
Laatste update: 2011-01-07
Quota
- Bestaat er zoiets als een 'giftenadvieslijst'? Aan welke hulporganisaties moet de diaconie wel/niet geven?
- Welke bijdrage per ziel moeten diaconien afdragen aan de gereformeerde zorginstellingen en aan het Diaconaal Steunpunt?
- Wat is de verantwoordelijkheid van diaconien ten opzichte van Driehoek en SGJ?
WMO
- Wat is de WMO?
- Wat zijn de uitgangspunten van de WMO?
- Welke mogelijkheden biedt de WMO aan de kerken?
- Wat is de relatie tussen diaconaat en missionaat?
- Waarom worden de kerken betrokken bij de WMO?
- Moeten de kerken een rol in de WMO spelen?
- Wat zijn valkuilen voor de kerken, wanneer ze een rol in de WMO gaan spelen?
- Op welke wijze kunnen de kerken een rol spelen in de WMO?
- Wat is de rol van de diakenen binnen de WMO?
- Is de kerk wel in staat om de zorg te bieden, die de overheid of de samenleving vraagt?
- Op welke wijze krijgen gemeenteleden te maken met de WMO?
- Wat is in de WMO de rol van de diaconie ten opzichte van de gemeenteleden?
- Moeten de diakenen in het kader van de WMO het vrijwilligersbeleid in de kerk gaan coördineren?
- Wat is de taak van de kerk ten opzichte van de mantelzorgers?
- Wat is de rol van de diakenen in het externe diaconaat?
- Wat kunnen we als diaconie in de samenleving doen?
- Wat kan de rol van de kerk zijn naar de overheid?
- Kunnen we samenwerken met andere kerken in het kader van de WMO?
- Wat is het belang van (het oprichten van) een diaconaal platform?
- Zijn de diakenen de aangewezen personen om als vertegenwoordiger van de kerk in een WMO-raad plaats te nemen?
- Moet je als kerk in een WMO-raad plaatsnemen of aan een WMO-platform deelnemen?
- Mag je als kerk subsidie aannemen van de overheid?
Schuldhulp
- Als een gemeentelid schulden heeft, moet de diaconie saneren of doorverwijzen?
- Wat is budget begeleiding?
- Eigen schuld, dikke bult; of wie zijn billen brandt…
- Welke organisaties zijn er op het gebied van schuldhulp en waar vind ik die?
- Wat is budgetbeheer?
- Wat is schuldhulp
- Wat is schuldbemiddeling?
- Wat is schuldsanering?
- Wat is minnelijke schuldsanering
- Wat is wettelijke schuldsanering (WSNP)?
- Wat gebeurt er met een koopwoning tijdens de Wsnp
- Wat houdt de schone lei in?
- Wat kan de diaconie doen aan preventie?
- Wat is de rol van de diaconie tijdens een schuldhulpverlening
- Wat kan de diaconie doen aan nazorg?
Financiele ondersteuning
- Heeft financiële steun te maken met de diaconie?
- Wanneer is steun van de diaconie nodig?
- Welk motto kan de diaconie hanteren?
- Zijn giften aan de diaconie aftrekbaar?
- Zijn giften van de diaconie belastbaar qua fiscus?
- Hoe kan een diaconie voorkomen dat toch inkomstenbelasting wordt geheven op giften van de diaconie?
- Wanneer is een gift van de diaconie wel belast voor inkomstenbelasting?
- Is er verschil tussen de regels voor de fiscus en regels van uitkeringen?
- Heeft steun door de diaconie effect op de uitkering (WWB)?
- Hoe om te gaan met financiële problemen van een zelfstandig ondernemer?
- Kan de diaconie bestemde giften voor natuurlijke personen aannemen?
- Hoe gaat de diaconie om met rekeningen van gemeenteleden, bv voor therapiekosten?
Archief
- Hoe ga ik om met het archief van de diaconie?
- Wat is de bewaartermijn van stukken?
- Wat is het verschil tussen weggooien en opschonen?
- Wat is het nut van een archief?
- Welke stukken moeten zoal bewaard worden?
- Hoe kun je stukken anonimiseren?
- Hoe moet ik archiveren in een digitaal tijdperk?
- Waar kan ik meer informatie over archiveren vinden?
Quota
Bestaat er zoiets als een 'giftenadvieslijst'? Aan welke hulporganisaties moet de diaconie wel/niet geven?
Al enkele jaren bestaat er voor de diakenen een 'giftenadvieslijst', die regelmatig wordt bijgewerkt. In deze advieslijst vinden diakenen een aantal criteria aan de hand waarvan ze hun giftenbeleid kunnen vaststellen. In het algemeen is het aan te bevelen om in elk jaar een beperkt aantal (bijvoorbeeld 10) organisaties een diaconale gift te verstrekken. De meest recente advieslijst is te downloaden van de website, zie Diaconale Doelen-beleid. Ook is daar een lijst met een groot aantal aanbevolen organisaties te downloaden.
Welke bijdrage per ziel moeten diaconien afdragen aan de gereformeerde zorginstellingen en aan het Diaconaal Steunpunt?
Elk jaar krijgen de diakenen een aanbeveling van het Generaal Diaconaal Deputaatschap (GDD) over de diaconale steun aan een aantal gereformeerde zorginstellingen. U krijgt daarover rechtstreeks een betalingsverzoek van de zorginstellingen, waarbij de aanbevelingsbrief van GDD is bijgevoegd. Voor de hoogte van deze aanbevelingen zie hieronder bij Quota.
Diaconaal Steunpunt
Het quotum voor het Diaconaal Steunpunt wordt geind via de algemene kerkelijke kosten (scriba of penningmeester kerk), de questor van de GKv. Diakenen hoeven dit bedrag niet meer rechtstreeks naar de GDD-penningmeester over te maken. Afhankelijk van de interne afspraken kan het bedrag worden overgemaakt naar de boekhouder van hun kerk.
Wat is de verantwoordelijkheid van diaconien ten opzichte van Driehoek en SGJ?
De diakenen stonden aan de wieg van De Driehoek. Vanaf de oprichting hebben de diaconien zich dan ook bereid getoond om de Driehoek financieel te steunen. Omdat niet alle diaconien afzondelijk over die steunverlening met De Driehoek kunnen gaan praten, is het Generaal Diaconaal Deputaatschap (GDD) door de synode aangewezen om namens alle diaconien met De Driehoek (en met de andere gereformeerde zorgorganisaties) jaarlijks te overleggen over de noodzaak en omvang van de diaconale steun. Het GDD doet vervolgens een dringende aanbeveling aan alle diaconien voor een bepaald bedrag per ziel (quotum) voor De Driehoek. Dit geldt ook voor de SGJ (en voor Dit Koningskind, De Wegwijzer, Bralectah).
Het Kinderbeschermingswerk, dat aanvankelijk ook onderdeel was van de taak van De Driehoek, is in 2001 afgesplitst en ondergebracht in de SGJ. Tot het jaar 2001 moest De Driehoek dan ook een deel van zijn ontvangen diaconale steun doorsluizen naar dit werk. Sinds 2002 ontvangt de SGJ rechtstreeks financile steun van de diaconien. Het oorspronkelijke quotum voor De Driehoek is dus gesplitst in een bedrag voor De Driehoek zelf en een bedrag voor de SGJ. Op 9 januari 2002 hebben alle diaconien een brief gehad van het GDD met informatie over die 'ontvlechting' tussen Driehoek en SGJ. In sommige gemeenten is een commissie die het 'Driehoekquotum' int bij de gemeenteleden. Gezien de historie is het begrijpelijk dat die commissie met De Driehoek werd geassocieerd. Maar zoals gezegd: al een aantal jaren gaat een deel van dit geld naar de SGJ. SGJ en Driehoek hebben dus op dit moment voor de diakenen een gelijkwaardige positie. De diaconien zorgen er voor dat die quota binnen komen. Evenals de diaconie het bedrag voor de Driehoek evt. aanvult als de gemeente te weinig opbrengt, zal ze dit ook mogen doen voor de SGJ.
WMO
Wat is de WMO?
De WMO is de Wet op de Maatschappelijke Ondersteuning. Met deze wet wil de overheid de sociale samenhang in en de leefbaarheid van dorpen, wijken en buurten bevorderen.
De burgerlijke gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de WMO. Bij de vormgeving van de WMO moet de gemeente inspraak geven aan de burgers, in het bijzonder aan de burgers om wie het gaat, en hun (belangen)organisaties.
Wat zijn de uitgangspunten van de WMO?
De WMO is gebaseerd op een drietal uitgangspunten:
Mensen zorgen voor zichzelf en voor anderen en zijn actief in de samenleving.
Mensen doen een beroep op hun omgeving (familie, vrienden, buren, vrijwilligers) als zij zichzelf niet meer kunnen redden.
Als het met aanvullende mantelzorg en vrijwilligerswerk niet meer lukt, kunnen zij een beroep doen op de overheid voor aanvullende voorzieningen
Welke mogelijkheden biedt de WMO aan de kerken?
De WMO stimuleert de individuele gemeenteleden om hun zorg ook uit te strekken tot buiten de gemeente. Daarnaast worden de kerken uitgenodigd om via het diaconaat in de samenleving present te zijn. Dat kan door het inzetten van diaconale gelden voor personen en organisaties buiten de kerk en/of door invloed uit te oefenen op de organisatie van de zorg- en hulpverlening in de burgerlijke gemeente. Dit kan door nood te signaleren, belangen te behartigen, te onderhandelen, of een bestuurlijke taak op te pakken.
Wat is de relatie tussen diaconaat en missionaat?
Diaconale daden hebben in zichzelf betekenis, ze zijn een getuigenis van Gods reddende liefde. Tegelijk mag je wel vertellen wat je religieuze drijfveren zijn. Daden mogen toegelicht worden. Maar als daar geen mogelijkheid of openheid voor is, dan is het geen verplichting. Tegelijk mogen we bidden, dat God door het diaconaat een ruimte creëert, waarin het gesprek over je drijfveer wel mogelijk is.
Waarom worden de kerken betrokken bij de WMO?
De kerk is één van de instanties in de omgeving van mensen, waar ze een beroep op kunnen doen als ze zorg nodig hebben. Vandaar dat de overheid ook een beroep doet op de kerken om een rol in de WMO te spelen. Daarnaast zijn wij als kerken participant in de WMO, omdat wij via de diaconie steun geven aan gemeenteleden en instellingen.
Moeten de kerken een rol in de WMO spelen?
De kerken kunnen wettelijk niet verplicht worden om aan de uitvoering van de WMO mee te werken. Wel is de WMO een mogelijkheid om het diaconale hart van de gemeente in de samenleving te laten spreken. Uiteindelijk moet elke kerk op basis van de vragen die op haar afkomen en op basis van wat ze aan mogelijkheden heeft zelf een afweging maken, op welke wijze zij een rol in de WMO willen spelen.
De kerntaak van de diakenen blijft te allen tijde: stimuleren, opwekken, signaleren en afstemmen van gaven en noden in en soms buiten de gemeente. Als het gaat om prioriteiten, dan geldt de algemene regel: “Doet wel aan allen, in het bijzonder aan de huisgenoten des geloofs”, (Gal 6:10).
Wat zijn valkuilen voor de kerken, wanneer ze een rol in de WMO gaan spelen?
Belangrijk is dat de kerk geen taken van de overheid overneemt, maar let op haar eigen verantwoordelijkheid. De rol van de kerken is een aanvullende op die van de overheid, voor wie de zorg voor zwakken in de samenleving primair is. De kerk moet geen verlengstuk zijn van de overheid en ze moet zich ook niet inlaten met activiteiten die tot aansprakelijkheid kunnen leiden. Dit vanwege imago overwegingen en vanwege kwaliteitseisen. De kerk kan daarvoor stichtingen oprichten, die een schil om het diaconaat van de gemeente vormen, en waardoor de kerk ook mensen in de samenleving kan helpen.
Op welke wijze kunnen de kerken een rol spelen in de WMO?
De kerken kunnen op verschillende manieren een rol spelen in de WMO. Indirect doordat individuele gemeenteleden ingaan op het beroep dat anderen (zowel gemeenteleden als niet-gemeenteleden) in hun omgeving op hen doen. Op directe wijze wanneer de kerk als kerk diaconaal inspeelt op de hulpvraag van mensen, zowel van gemeenteleden als van niet-gemeenteleden, die zichzelf niet meer kunnen redden. Verder kan de kerk zich, gevraagd door de overheid of op eigen initiatief, gaan inzetten als belangenbehartiger van (groepen) mensen.
Wat is de rol van de diakenen binnen de WMO?
De rol van de diakenen is drieledig. Allereerst kunnen ze een rol spelen bij de zorg voor de eigen gemeenteleden die met de WMO te maken krijgen, (in het kader van het intern diaconaat). Concreet betekent dat gemeenteleden wegwijs maken in het WMO-gebeuren en gemeenteleden via de WMO ondersteunen. Daarnaast kunnen ze ook een rol spelen bij de diaconale zorg voor niet-gemeenteleden, die op hun pad komen, (in het kader van het extern diaconaat). Ten derde kunnen de diakenen een rol spelen bij de belangenbehartiging van (groepen) mensen, (zowel gemeenteleden als niet-gemeenteleden). Dat kan door beleidsbeïnvloeding in de uitvoering van de WMO via burger- en cliëntenparticipatie.
Is de kerk wel in staat om de zorg te bieden, die de overheid of de samenleving vraagt?
Net als andere burgers kan ook de kerk met haar gemeenteleden de zorg bieden, waar de overheid toe oproept. Wanneer echter professionele zorg nodig is, zul je als kerk daar naar moeten verwijzen en wegen moeten zoeken, dat deze zorg ook geboden wordt.
Op welke wijze krijgen gemeenteleden te maken met de WMO?
Gemeenteleden krijgen te maken met de WMO, wanneer zij zich zelf niet goed meer kunnen redden en daarvoor een beroep moeten doen op hun omgeving. Daarnaast krijgen gemeenteleden te maken met de WMO, wanneer er vanuit de omgeving een beroep op hen gedaan wordt om anderen als mantelzorger of vrijwilliger te helpen.
Wat is in de WMO de rol van de diaconie ten opzichte van de gemeenteleden?
De diakenen zullen er oog voor moeten hebben, dat de WMO consequenties heeft voor gemeenteleden die zorg nodig hebben. Daarnaast zal er aandacht moeten komen voor de mantelzorgers en de vrijwilligers in de gemeente. Voor de diakenen is belangrijk, dat ze kennis hebben van de noden die er in de gemeente zijn, weten welke gaven er in de gemeente zijn, welke specialisten er geraadpleegd kunnen worden en welke professionele instanties er zijn om in bijzondere noden te voorzien.
Moeten de diakenen in het kader van de WMO het vrijwilligersbeleid in de kerk gaan coördineren?
Omdat in de WMO een groter beroep op vrijwilligers wordt gedaan is vrijwilligersbeleid een zaak die nadere aandacht vraagt. Het is daarom wenselijk dat de diakenen gaan inventariseren, wat er al door gemeenteleden zoal aan vrijwilligerswerk gedaan wordt in en buiten de gemeente. Ook het zinvol om zich te bezinnen op de vraag: hoe werf en bind je vrijwilligers en hoe faciliteer je die om de taken, die de kerk in het kader van de WMO op wil pakken, ook uit te kunnen voeren? De kerk is echter niet wettelijk verplicht om vrijwilligers te leveren.
Wat is de taak van de kerk ten opzichte van de mantelzorgers?
Mantelzorgers-zijn doet een beroep op de draagkracht van de mantelzorger. Ze hebben daarom soms behoefte aan ondersteuning. Daarvoor kunnen ze goed terecht bij organisaties als b.v. de NPV. Daarnaast is het goed, wanneer diakenen en ouderlingen bewust zijn van signalen, waaruit blijkt dat mantelzorgers ondersteuning nodig hebben. Het doel van deze ondersteuning moet zijn, dat de mantelzorger bij de zorg voor de naaste of het familielid de regie over het eigen leven blijft behouden.
Wat is de rol van de diakenen in het externe diaconaat?
De diaken hebben niet enkel een uitvoerende rol, maar ook een coördinerende en stimulerende rol, omdat de gemeente zelf de roeping heeft om diaconaal te zijn. Diaconale gemeente zijn betekent meeleven, daadwerkelijke steun bieden, gemeenteleden inschakelen, letten op specifieke mogelijkheden en gaven die mensen hebben, en bidden voor de naaste en om liefde voor de naaste.
Wat kunnen we als diaconie in de samenleving doen?
Dat is afhankelijk van de plaatselijke situatie. Ben je een stadskerk of kerk op het platteland? Hoe ziet de sociale kaart eruit? Wat wordt er al gedaan aan extern diaconaat? Welke zorg- en welzijnsorganisaties zijn er al in de omgeving? Wat zijn de mogelijke ‘doelgroepen’? Waar je als kerk aan kunt denken is b.v. wijkadoptie, een diaconaal platform organiseren of diaconaat in de eigen omgeving opzetten.
Wat kan de rol van de kerk zijn naar de overheid?
Een belangrijke rol van de kerk naar de overheid toe kan zijn om inspraak te zoeken bij en mee te praten over de invulling van het WMO-beleid. Met name als het over thema’s gaat, waar de kerken verantwoordelijkheid voor dragen of waar zij ‘verstand’ van hebben: b.v. als het gaat om preventie, signalering, advisering, verwijzing en toeleiding naar de WMO, kunnen de kerken een eigen inbreng hebben. Zo kunnen ze als vertegenwoordiger van cliënten (gemeenteleden) een eigen visie inbrengen en adviezen opstellen over het beleid.
Kunnen we samenwerken met andere kerken in het kader van de WMO?
Samenwerken is niet iets nieuws. In het verleden gebeurde dat ook al. Op die manier kun je als kerken elkaar tot een hand en voet zijn en werken aan de roeping om de eenheid in Christus te bewaren en vorm te geven. Daarnaast heb je dan een helder adres voor overheid en andere instanties.
Wat is het belang van (het oprichten van) een diaconaal platform?
Een belangrijk doel van het diaconaal platform is, dat je zo als kerken steviger een eigen geluid kunt laten horen richting de gemeentelijke overheid. Daarnaast kan het ook een vorm zijn om diaconaal samen te werken. Maar als er al andere goede structuren zijn om deze doelen te bereiken, kun je je daar als kerk ook goed bij aansluiten. Wees in ieder geval helder over het doel van zo’n platform: dat kan zijn voor uitwisseling van informatie, afstemming van activiteiten, een gezamenlijke spreekbuis of voor het opzetten van gezamenlijke projecten eventueel met professionele instellingen.
Zijn de diakenen de aangewezen personen om als vertegenwoordiger van de kerk in een WMO-raad plaats te nemen?
De rol van de diakenen in de WMO is vooral initiërend en stimulerend. Als het om initiatieven gaat, is het goed om deze zo snel mogelijk aan gemeenteleden over te doen of daar een zelfstandige stichting voor op te richten. Naar buiten toe hebben de diakenen wel een vertegenwoordigende rol voor de kerken, maar zo gauw als er afgeleide overleggen zijn kunnen de diakenen daar ook capabele gemeenteleden voor in schakelen.
Moet je als kerk in een WMO-raad plaatsnemen of aan een WMO-platform deelnemen?
Dat hangt van een aantal factoren af. De belangrijkste vraag die je je moet stellen is: wat wil je als kerk daar bereiken. Verder hangt het er vanaf, of je daar als kerk capabele gemeenteleden voor hebt met een politiek-bestuurlijke affiniteit hebben en of er niet al op andere wijze, b.v. via christelijke patiëntenorganisaties, voldoende christelijke inbreng in de vorming van het WMO-beleid is. Als je als kerk meedoet, besef wel in welke hoedanigheid je daar aan mee wil doen. B.v. als vertegenwoordiger van patiënten of van een deel van de bevolking, als potentiële hulp- of zorgverlener, of als vertegenwoordiger van een groep vrijwilligers. Regel in ieder geval goed zaken als de bevoegdheden, het mandaat, de verantwoording en de terugkoppeling van de vertegenwoordiger van de kerk.
Mag je als kerk subsidie aannemen van de overheid?
Ja, dat kan als er sprake is van het uitvoeren van beleid. B.v. voor scholing van vrijwilligers of voor de ondersteuning van mantelzorgers. Als het om structurele activiteiten in het kader van de WMO gaat, kun je als kerk het beste een aparte stichting voor oprichten. De financiële relatie is er dan niet met een kerk, maar wel met de stichting.
Schuldhulp
Als een gemeentelid schulden heeft, moet de diaconie saneren of doorverwijzen?
De diaconie doet er verstandig aan zoveel mogelijk door te verwijzen naar de reguliere schuldhulp mogelijkheden. Daar zit de professionele kennis die in zo’n traject hard nodig is. Maar let er op dat je het daarmee niet ‘over de muur gooit’. De taak van de diaconie houdt niet op na doorverwijzen!
Wat is budget begeleiding?
Het goed leren omgaan met inkomsten en uitgaven in samenwerking met een budgetbegeleider of budgetcoach. Men behoudt de volledige zeggenschap over de financiële huishouding. Doel is om in de toekomst zelfstanding de financiële huishouding goed te runnen.
Eigen schuld, dikke bult; of wie zijn billen brandt…
Problematische schulden zijn toch vaak gewoon de schuld van de persoon zelf? Ze zijn gewoon dom geweest en nu zitten ze in de problemen. Natuurlijk willen ze nu hulp. Maar is het eigenlijk niet gewoon ‘eigen schuld, dikke bult?’
Allereerst is het een misverstand om te denken dat iedereen die problematische schulden wel iets stoms zal hebben gedaan. Er zijn veel verhalen van mensen die door een opeenstapeling van omstandigheden in de problemen zijn gekomen. Kijk bijvoorbeeld maar eens hier voor een aantal profielen van mensen me schulden.
En is het daarnaast ook niet een beetje vreemd om te versonderstellen dat iedereen wel de handigheid zal hebben om met geld om te gaan? We vinden het eigenlijk vanzelfsprekend dat iedereen met geld moet kunnen omgaan. Maar waarom vinden we het niet raar als iemand geen auto’s kan repareren, of geen handigheid heeft in het omgaan met techniek, maar vinden we het wel raar als iemand geen handigheid heeft om met geld te kunnen omgaan?
Welke organisaties zijn er op het gebied van schuldhulp en waar vind ik die?
Er zijn gemeentelijke en particuliere schuldhulp-bureaus. Bij de gemeente wordt de schuldhulpverlening meestal gedaan door de afdeling Sociale Zaken, de gemeentelijke kredietbank of het maatschappelijk werk. Kijk voor adressen in de gemeentegids of op de website van de gemeente, of bel met de afdeling Sociale Zaken. Door deze organisaties worden geen kosten in rekening gebracht voor de schuldhulp.
Daarnaast staan er diverse links naar organisaties op het gebied van schuldhulpverlening op de website van het Diaconaal Steunpunt.
Wat is budgetbeheer?
Bij budgetbeheer is er iemand anders die het beschikbare budget beheert. Het inkomen wordt gestort op een rekening van de budgetbeheerder. Hiermee worden door de budgetbeheerder alle rekeningen betaald. Men krijgt huishoudgeld (leefgeld, weekgeld) om de dagelijkse boodschappen te doen: eten, drinken en persoonlijke verzorging.
Wat is schuldhulp
Schulden zorgen maar al te vaak voor veel druk en extra problemen. Soms lopen schulden zo hoog op dat alleen nog maar het ene gat met het andere wordt gedicht. Dat is een ontmoedigende situatie waar zonder hulp van buitenaf waarschijnlijk moeilijk uit te komen is. Schuldhulpverlening kan dan de oplossing zijn. Schuldhulpverlening houdt in dat men een instantie inschakelt om de schulden te regelen. Samen met de schuldhulpverlener wordt dan gekeken naar de financiële situatie en naar oplossingen.
Er zijn verschillende vormen van schuldhulpverlening:
. schuldbemiddeling
. (minnelijke) schuldsanering
. wettelijke schuldsanering.
Wat is schuldbemiddeling?
Schuldbemiddeling wil zeggen dat met de hulp van een schuldhulpverlener de schulden worden geregeld met de schuldeisers. De bemiddelaar bekijkt hoeveel en wat voor schulden er zijn en stelt een betalingsplan op. Daarna neemt hij contact op met de schuldeisers en vraagt hen mee te werken aan het betalingsplan en af te zien van beslag op uw loon of uitkering of huisuitzetting.
Een betalingsplan duurt meestal hooguit drie jaar. Het doel is aflossing van al uw schulden, maar het kan ook zijn dat er een deel kwijtgescholden wordt.
Bij schuldbemiddeling krijgt u geen nieuwe lening om uw oude schulden af te lossen, er wordt alleen bemiddeld.
Wat is schuldsanering?
Schuldsanering houdt in dat alle schulden en betalingsachterstanden overgenomen worden door één instantie zodat u nog maar één schuldeiser hebt. Dit wordt een saneringskrediet genoemd.
Een schuldsaneringsregeling duurt meestal drie jaar. In die drie jaar kan de persoon niet zelf over het inkomen beschikken, maar krijgt elke maand een vast bedrag waarmee de vaste lasten en dagelijkse kosten (voedsel e.d.) kunnen worden betaald. Iemand anders beheert dan de rest van het geld en zorgt ervoor dat de vaste lasten betaald worden.
Met wat overblijft van het inkomen worden dus de schulden afbetaald; ook huurachterstanden, belastingschulden en dergelijke. Houdt de persoon zich drie jaar aan de schuldsaneringsregeling, dan is hij of zij daarna van de schulden af (zie ook het de vraag over schone lei).
Een schuldsanering kan minnelijk of wettelijk zijn, zie de vraag hieronder.
Wat is minnelijke schuldsanering
Het minnelijk traject voor het aflossen van schulden bestaat uit de volgende onderdelen:
Het inventariseren van schulden door een schuldhulp instantie;
Het berekenen van de afloscapaciteit;
Het formuleren van een voorstel aan schuldeisers; Dit houdt in dat er wordt aangeboden een deel van de schuld te betalen tegen kwijtschelding van de rest van de vordering.
Als schuldeisers akkoord gaan en de cliënt voldoet binnen 36 maanden aan zijn verplichtingen,volgt een volledige kwijting van alle schulden.
Als één of meer schuldeisers weigeren, is het minnelijk traject mislukt. De rechter kan een 'dwangakkoord' opleggen als enkele schuldeisers niet willen meewerken. Dat betekent dat de schuldeisers toch mee moeten doen met de minnelijke schuldsanering.
Komt een cliënt de afspraken niet na, dan wordt het minnelijk traject beëindigd.
Voor het instellen van een wettelijk traject, dient er eerst een minnelijk traject doorlopen te zijn.
Wat is wettelijke schuldsanering (WSNP)?
Sinds 1 december 1998 bestaat er een wettelijke regeling voor mensen die schulden hebben waar ze niet meer uitkomen. Deze regeling heet de Schuldsaneringsregeling Natuurlijke Personen, meestal kortweg aangeduid als WSNP. De WNSP kan pas worden aangevraagd nadat een minnelijke schuldsanering is mislukt. In het kort werkt de WSNP als volgt:
Het minnelijk traject is mislukt
Men meldt zich aan bij de rechtbank.
De rechter beslist, aan de hand van een aantal criteria, of men kan worden toegelaten tot de WSNP.
Indien de rechter beslist dat iemand kan worden toegelaten, dan wordt er een bewindvoerder aangesteld. Deze bewindvoerder heeft als taak om te regelen dat de schulden zo veel mogelijk worden vereffend. De bewindvoerder bepaalt welk bedrag de schuldenaar maandelijks moet gaan aflossen en stelt op basis daarvan een saneringsplan op dat de rechtbank moet vaststellen en waar de schuldenaar zich aan moet houden.
De bewindvoerder rapporteert halfjaarlijks aan rechtbank;
Als de schuldenaar zich drie jaar heeft gehouden aan het saneringsplan en aan alle gestelde voorwaarden heeft voldaan, dan wordt er door de rechtbank een "schone lei" verleend. Men is dan van de schulden af, ook al heeft men in de drie jaar dat de regeling duurde niet alles kunnen afbetalen.
Toelating tot de WSNP wordt gepubliceerd in de krant. Ook wordt er een postblokkade ingesteld: voor de schuldenaar bestemde post gaat ter controle eerst langs de bewindvoerder.
Tijdens het traject mogen cliënten geen nieuwe schulden maken, moeten ze zich maximaal inzetten om de schulden af te lossen. Dat moet in 36 maanden gebeurd zijn. Schuldeisers zijn verplicht kwijtschelding te verlenen van de restschuld. De rechter-commissaris houdt toezicht op de uitvoering van het vastgestelde saneringsplan.
Wat gebeurt er met een koopwoning tijdens de Wsnp
Een koophuis zal in de meeste gevallen worden verkocht. Van de opbrengst wordt eerst de hypotheekverstrekker betaald. Blijft er daarna nog een bedrag over, dan wordt dit in de boedel gestort voor de overige schuldeisers. Is de opbrengst van de woning niet voldoende om uw hypotheek af te lossen, dan kan de hypotheekverstrekker het restant van de hypotheekschuld indienen in de schuldsanering.
Wat houdt de schone lei in?
Als de verplichtingen uit de schuldsanering worden nagekomen, krijgt de persoon na afloop van de schuldsanering een zogenaamde “schone lei”. Aan het einde van de wettelijke schuldsanering gaat de bewindvoerder de gelden uitdelen die u gedurende de looptijd van de Wsnp gespaard heeft. Vaak is het gespaarde bedrag niet hoog genoeg om alle schulden volledig te betalen. Er blijft dan een restvordering staan. De schone lei houdt in dat deze restvorderingen voor de schuldeisers niet meer opeisbaar zijn. Er mag nog op worden afbetaald, maar dat hoeft niet.
Als de verplichtingen niet worden na gekomen tijdens de schuldsanering, kan de schuldsanering op verzoek van de bewindvoerder of de rechter-commissaris tussentijds worden omgezet in een faillissement. Ook kan de rechtbank besluiten om aan het einde van de schuldsanering de “schone lei” te onthouden. In beide gevallen blijft de persoon met de schulden zitten.
Wat kan de diaconie doen aan preventie?
Voorkomen is beter dan genezen. Signaleer en bespreek risico gedrag. Breng bezinning op gang hoe we (zouden moeten) omgaan met ons geld en goed. Wordt het geen tijd dat we elkaar weer opscherpen in het tevreden zijn met wat God ons heeft gegeven?!
Help mensen met het op orde brengen van hun administratie. Breng bijvoorbeeld budgetteercursussen onder de aandacht of koppel ze aan een financieel specialist in de gemeente.
Wat is de rol van de diaconie tijdens een schuldhulpverlening
Allereerst kan de diaconie doorverwijzen. Schuldhulp is een vak apart en vraagt om een professionele aanpak. Durf het als diaconie uit handen te geven.
Als iemand in een traject zit is het heel belangrijk om met iemand op te lopen. Schuldhulpverlening is namelijk een zwaar traject. Biedt morele steun en begeleid waar nodig.
De diaconie en gemeenteleden kunnen bijvoorbeeld helpen met het opstellen van een financieel plan om rond te komen want de bewindvoerder stelt (vaak) alleen het af te lossen bedrag vast. De persoon in kwestie moet zelf verder alles uitzoeken.
Daarnaast worden beide partners verplicht te werken, ook als er kinderen zijn. En het kan voorkomen dat de auto moet worden verkocht wanneer deze niet voor het werk noodzakelijk is. Dit alles levert allerlei praktische moeilijkheden op waar de gemeente in kan bijspringen.
Geef in elk geval geen geld aan mensen met schulden! Aandacht, gebed en praktische hulp zijn veel waardevoller.
Realiseer je ook dat sommige christenen minder makkelijk uitkomen voor hun schulden. Ze hebben het idee dat ze in de kerk al gauw het stigma van ‘slecht rentmeester’ krijgen. Men denkt gauw aan dat vingertje. Als diaken is het echter niet je taak om te wijzen maar om op te lossen. Hierin mag je ook de gemeente voor gaan.
Wat kan de diaconie doen aan nazorg?
Als mensen na drie jaar uit het traject komen kan de diaconie helpen om het ‘normale’ leven weer op te pakken. Blijf op de achtergrond aanwezig en help terugval te voorkomen. Als de financiële armslag weer wat ruimer wordt is de verleiding soms groot. Biedt waar nodig budgetcursussen aan.
Het kan ook zijn dat mensen verder moeten in structurele armoede. Ook dan is het de taak van de diaconie en de gemeente om praktische en morele steun te bieden en mensen te laten ervaren dat ze lid zijn van het lichaam van Christus.
Financiele ondersteuning
Heeft financiële steun te maken met de diaconie?
Van oudsher heeft de diaconie een taak in het financieel steunen van mensen. Vroeger toen de staat deze taak niet nog grotendeels op zich had genomen, was bestrijding van armoede een voorname taak van de kerken (in een grotendeels kerkelijk Nederland). Het diaconaat is echter veel breder en gaat over inzet van gaven, helpen bij noden en (onderling) omzien naar de naaste door de gemeenteleden. Geen reden dus om het diaconaat te beperken tot financiële steun. Dit is echter wel een belangrijk onderdeel van de taak van de diaconie. Het meeleven van de diaconie hoeft niet altijd omgezet te worden in financiële steun, vaak is andere steun of aandacht meer adequaat.
Wanneer is steun van de diaconie nodig?
Diaconale steun in financiële zin kan nodig zijn wanneer mensen, gemeenteleden of daarbuiten, zelf niet meer in staat zijn om rond te komen. De diaconie zou moeten stimuleren dat in ieder geval de mogelijkheden die overheid biedt worden benut. Denk aan uitkeringen, bijzondere bijstand, kwijtscheldingen en toeslagen e.d.
Welk motto kan de diaconie hanteren?
Allereerst kan de diaconie het motto hanteren dat niemand in de gemeente ongetroost mag zijn onder druk van ziekte, eenzaamheid of ARMOEDE. Vooral dit laatste kan reden zijn tot financiële steun. Dit maakt de steun complex, omdat de mate van druk die mensen ervaren kan verschillen, ook wanneer de financiële situaties gelijk zijn.
Daarnaast kan de diaconie het motto hanteren dat er geen garantie is van een welvaartsniveau, maar van een zachte landing. Dus hulp bij het wennen aan een nieuwe levens- en welvaartssituatie. Dit kan betekenen dat mensen hun huis moeten verkopen, of een goedkoper huis moeten gaan huren, een auto wegdoen of hun uitgavenpatroon aanpassen.
Zijn giften aan de diaconie aftrekbaar?
Een diaconie van een reguliere kerk valt onder de ANBI-regeling. Een gift aan de diaconie is daarmee altijd volledig aftrekbaar. Uiteraard rekening houdend met de geldende drempels qua giftenaftrek (1%-10%).
Zijn giften van de diaconie belastbaar qua fiscus?
Wanneer een diaconie een gift schenkt aan een particulier is deze in principe niet belastbaar voor inkomstenbelasting en is geen schenkingsrecht verschuldigd. Uitzondering hierop is een gift die periodiek plaatsvindt.
Hoe kan een diaconie voorkomen dat toch inkomstenbelasting wordt geheven op giften van de diaconie?
Duidelijk te maken dat de giften voor een afgeronde periode worden geschonken.
Door een bedrag te schenken ter delging (aflossing) van een (gedeelte van een) schuld.
Een gift te schenken voor de aanschaf van noodzakelijk producten (voedsel, kleding, wasmachine e.d.), dus vergelijkbaar zijn met de bestedingsdoelen waarvoor ook dikwijls bijzondere bijstand wordt uitgekeerd.
Wanneer is een gift van de diaconie wel belast voor inkomstenbelasting?
Wanneer er sprake is van een voorzienbare/afgesproken reeks van ‘giften’
De duur van de uitkering afhankelijk is van een onzekere gebeurtenis in de toekomst, de gift is dan dus structurele inkomenssteun zolang die omstandigheid van kracht is.
Er geen sprake is van wederzijdse verplichtingen.
Is er verschil tussen de regels voor de fiscus en regels van uitkeringen?
Voor uitkeringen als WWB (bijstand) e.d. kennen andere regels dan voor de fiscus. Ook als een gift voor de fiscus niet belastbaar is, kan dit wel tot een korting leiding op de (WWB-)uitkering. Iedere burgerlijke gemeente is vrij om het beleid in deze vast te stellen. Dus de vrijlating (het bedrag dat zonder korting van de uitkering mag worden bijverdiend of ontvangen) kan plaatselijk verschillen. Uitgangspunt hierbij is dat burgers geprikkeld moeten worden om middels werk zelf in hun inkomen te voorzien. Giften uit hun omgeving zou deze prikkel verlagen.
Heeft steun door de diaconie effect op de uitkering (WWB)?
Wanneer een diaconie steun wil verlenen aan een gemeentelid die ook een uitkering ontvangt, is het goed om op de hoogte te zijn van de plaatselijke regelingen én om het steunvoornemen voor te leggen aan de uitkeringsinstantie. Dit laatste om te zoeken naar mogelijkheden om de (financiële) situatie voor de betrokkene te verlichten en te voorkomen dat er achteraf wordt gekort op de uitkering.
Hoe om te gaan met financiële problemen van een zelfstandig ondernemer?
In het algemeen geldt hier dat uiterste terughoudendheid en behoedzaamheid is geboden.
Bij een kleine zelfstandige zijn ondernemingsfinanciën en privéfinanciën vaak verweven. Een diaconie is er in eerste instantie om natuurlijke personen (mensen) bij te staan bij moeiten in hun leven. Een onderneming is een rechtspersoon (VOF, eenmanszaak of ZZP)en valt daarom niet onder dat criterium. Tekorten van een onderneming behoren daarom tot de bedrijfsrisico’s. Diakenen kunnen niet de zakelijke schulden overnemen of de onderneming nieuw leven inblazen. Zakelijke schulden moeten op een zakelijke manier worden behandeld en afgehandeld. Men kan immers geen ondernemer blijven, als de diaconie daarbij structureel moet bijspringen.
Wel dienst de diaconie oog te hebben voor de effecten van ondernemingsproblemen op de privésituatie. Het kan zijn dat er dan toch reden is tot steun, zij het dat hiermee indirect ook de onderneming wordt gesteund. De belangen van het gezin staan voorop.
Lees hier meer informatie.
Kan de diaconie bestemde giften voor natuurlijke personen aannemen?
Een diaconie kan een verzoek ontvangen om een gift aan te nemen om deze door te geven aan een natuurlijk persoon, een bestemde gift. Een dergelijk verzoek heeft tot doel om de giftgever te anonimiseren, of om de gift wel aftrekbaar te maken waar dat qua schenkingsrecht niet mogelijk is. In het eerste geval zou ook een anonieme storting mogelijk zijn, of desnoods een envelop door de brievenbus. De tweede situatie komt vaker voor.
Een diaconie heeft een eigen verantwoordelijkheid en zal in gelijke situatie gelijk dienen te handelen, dus zonder aanzien des persoons. Ingaan op een dergelijk verzoek kan dus wanneer:
- De diaconie initiatief hiertoe heeft genomen (rekening opengesteld voor dit doel)
- De diaconie zich (ook beleidsmatig) achter het initiatief kan scharen
- De diaconie zonder willekeur te werk gaat
- De eigen zelfstandigheid/verantwoordelijkheid behoud
Een diaconie kan dus ook redenen hebben om niet in te gaan op een dergelijk verzoek. De aftrekbaarheid voor de gever ten spijt.
Lees hier verder voor meer informatie
Hoe gaat de diaconie om met rekeningen van gemeenteleden, bv voor therapiekosten?
Iedere diaconie bepaalt haar eigen beleid inzake steunverlening. Soms komt het voor dat gemeenteleden tegenvallende facturen van therapeuten aan de diaconie doorsturen. Stelregels bij deze onderwerpen is dat de kosten vooraf met de diaconie worden overlegd, wanneer deze te hoog zijn om door het gemeentelid zelf te dragen en deze niet door de verzekeraar worden gedekt.
Het is helemaal niet vreemd om te investering in de kwaliteit van (het eigen mentale) leven.
Archief
Hoe ga ik om met het archief van de diaconie?
Bewaar niet alles, maar gooi ook niet te snel iets weg. Eigen materiaal en correspondentie zal vooral bewaard dienen te blijven. Eigen besluiten (algemeen en persoonlijk) zijn zeker het bewaren waard.
De stukken van de diaconie zijn een onderdeel van de stukken van de gehele kerk. De inactieve stukken kunnen daarom het beste worden overgedragen aan de archivaris van de kerk.
Wat is de bewaartermijn van stukken?
- bewaartermijn van financiële stukken is 7 jaar (wettelijk verplicht)
- uitvoer- en beleidstukken nooit weggooien (is wenselijk volgens archivaris)
- voor persoonlijke informatie geldt een termijn/regeling. Na 20 (tot 50) jaar pas toegankelijk (voor onderzoekers die specifiek naar informatie zoeken)
Wat is het verschil tussen weggooien en opschonen?
Bij weggooien gaat het volledige archief verloren. Bij opschonen wordt een selectie gemaakt van de stukken, zodat de stukken kunnen worden weggegooid en andere kunnen worden gearchiveerd en bewaard blijven voor het nageslacht.
Wat is het nut van een archief?
Een archief is handig om de eigen besluiten en onderliggende argumenten nog eens terug te lezen. Dit voorkomt dwaling wegens gebrek aan (historische) kennis. Ook is een archief heel belangrijk voor onderzoekers die onderzoek doen naar een kerk, een familie of een specifiek onderwerp uit het verleden.
Welke stukken moeten zoal bewaard worden?
Bewaar vooral de beleidsstukken (notulen, jaarstukken, jaarverslagen e.d. De uitvoeringsstukken zijn vaak minder interessant (stembriefjes e.d.). De stukken van classisbijeenkomsten worden vaak op een andere plek bewaard. Wellicht goed om hierover afspraken te maken in de classis.
Hoe kun je stukken anonimiseren?
Het is goed mogelijk om de notulen te anonimiseren waar het vertrouwelijke informatie betreft. Iedere situatie kan in de notulen worden weergegeven met een code. In een aparte lijst worden codes gekoppeld aan personen. Die lijst kan separaat beschikbaar zijn tijdens de vergadering en vervolgens alleen bij enkelen (penningmeester, voorzitter e.d.), zo lang als relevant i.v.m. de situatie.
Hoe moet ik archiveren in een digitaal tijdperk?
Inderdaad tijden veranderen. Veel informatie gaat tegenwoordig digitaal. Dit vraagt een andere manier van archiveren. Zorg in ieder geval voor een overzichtelijk mappenstructuur waarin alle documenten kunnen worden opgeborgen.
In de tussentijd kunnen een keer per jaar de relevante stukken/mappen uit het digitale archief worden geprint en toegevoegd aan het bewaararchief.
Papieren zijn evt. te scannen en ook digitaal op te slaan. Een laptop/beamer tijdens de vergadering zou in de toekomst handig kunnen zijn. Zorg voor regelmatige back-up op een veilige plek. Een diaconie-/kerkelijk-intranet is wellicht ook een optie voor de toekomst. Overleg dit punt ook met de archivaris
Waar kan ik meer informatie over archiveren vinden?
In Kampen zit het ADC van de GKv. ADC = Archief- en DocumentatieCentrum, www.adckampen.nl. Hier werkt een gediplomeerd archivaris. Gooi dus nog niet zomaar iets weg, maar vraag eerst om advies in deze. En overleg met de archivaris van de eigen kerk of classis.
