Is er een norm te geven voor een gezonde diaconale reserve voor de diaconie?
Zondermeer oppotten van diaconaal geld is bijbels onverantwoord. Het geld is immers bestemd voor arme mensen. Tegelijkertijd zorgt een goede rentmeester ervoor dat hij iets achter de hand heeft voor calamiteiten. De diaconie heeft de verantwoordelijkheid om acuut te kunnen handelen, wanneer en waar dat nodig is. Een buffer is daarom verstandig, maar de hoogte van deze buffer dient wel verantwoord te zijn.
Er zijn verscheiden manieren om tot een (verantwoorde) bufferhoogte te komen:
Methode 1 - een gemiddelde op basis van ervaring
Op basis van ervaring met verleende hulp in de afgelopen jaren kan een redelijke reserve worden vastgesteld. Bereken hoeveel er de afgelopen jaren gemiddeld aan financiële ondersteuning nodig is geweest. Reserveer dit bedrag als jaarlijkse reserve.
Methode 2 - anderhalf keer de gemiddelde hulpverlening
Een goede richtlijn is om anderhalf maal de gemiddelde jaaruitgave van de afgelopen (5 - 10) jaren aan te houden als financieel reserve.
Methode 3 - bedrag per ziel
Als richtlijn voor deze methode wordt geadviseerd om ca. € 25 per ziel aan te houden als reserve, met een minimum van € 7.500 en een maximum van € 35.000,-
Omdat deze laatste methode niet is gebaseerd op werkelijke steunverleningscijfers uit het verleden bestaat het risico dat de buffer onnodig - en daarmee dus onverantwoord - hoog wordt. Wees als diaconie hierop beducht en voorkom onnodig oppotten van diaconaal geld.
Reken voor uw eigen diaconie eens uit wat de reserve zou zijn op basis van deze drie methoden. Vergelijk dit vervolgens eens met de werkelijke reserve. In hoeverre is het verschil wenselijk en verantwoord. Praat hier eens met elkaar over door in de diaconie.
Geen overtollige reserves
Hoewel een bepaald bedrag op de bank dus zinvol is, mag dat bedrag niet onnodig groot zijn. Diaconaal geld is van de armen! Een verantwoord beheer zal er dan ook op gericht zijn om overtollige reserves, d.w.z. reserves zonder een duidelijk diaconaal doel, zo snel en verantwoord mogelijk, een diaconale bestemming te geven.
Nood aan de man
Als er nood aan de man is, dan is er wel voldoende geld. Dat bevind zich alleen nog niet bij de diaconie, maar bij de gemeenteleden. De ervaring leert dat als er concrete nood is, de gemeente haar diaconie ruimschoots van middelen voorziet.
En als de gemeente zelf onvoldoende steun kan bieden, dan is er altijd hulp mogelijk vanuit de classis of het kerkverband.
