Hoe maak ik een diaconale sociale kaart?
Wat is een sociale kaart?
Het diaconaat bevindt zich niet op een eiland, maar het is een onderdeel van een groter geheel. Het is daarom goed om deze omgeving te kennen. Een sociale kaart geeft informatie over instellingen op het gebied van zorg, welzijn en hulpverlening. Deze instellingen kunnen zowel landelijk als regionaal of plaatselijk werken. Het is handig om als diaken/kerkelijke vrijwilliger te weten welke voorzieningen er bij u en hulpvragers in de buurt zijn. U weet dan naar welke voorziening u iemand kunt doorverwijzen. Het is wel erg belangrijk dat u weet wat de hulp- of ondersteuningsvraag is. Ook dat vraagt soms specifieke deskundigheid. Maar zonder een goede diagnose kunt u iemand niet goed verwijzen!
Soorten hulp
Zorg- en hulpverlening zijn op verschillende manieren te ‘ordenen’. Ik noem hier twee soorten ordening
1 vrijwillige hulp, eerstelijns en tweedelijns zorg
2 algemene en identiteitsgebonden zorg
Vrijwillige hulp: Onbetaalde hulp die wordt gegeven vanuit kerken, verenigingen of vrijwilligersorganisaties aan anderen (hulp aan familie is mantelzorg). Deze hulp wordt ook wel ‘nuldelijns’ genoemd. Pastoraat vanuit kerken valt hier ook onder.
Eerstelijns zorg: Eerstelijnszorg is zorg dichtbij huis. Het is het eerste aanspreekpunt voor mensen die zorg nodig hebben. Iemand die een probleem heeft met zijn gezondheid, neemt in eerste instantie contact op met een zorgverlener uit de eerste lijn. Dat is bijvoorbeeld het algemeen maatschappelijk werk, de huisarts, tandarts, fysiotherapeut of verloskundige.
Tweedelijnszorg bestaat uit ziekenhuizen en geestelijke gezondheidszorg. Toegang tot deze zorg krijgt u alleen na verwijzing van een zorgverlener uit de eerstelijnszorg (de eerstelijnspsycholoog is hier weer een uitzondering op).
Daarnaast is er ook een onderscheid tussen algemene en identiteitsgebonden zorg. Voor christenen betekent de christelijke identiteit van een hulpverlener of zorginstelling een toegevoegde waarde, in veel gevallen zelfs een eerste basisvoorwaarde. Natuurlijk staat het zorgproces centraal, maar de identiteit is hierin de slagroom op de pudding (of het zout in de pap). De toegevoegde waarde voor christenen laat zich verklaren uit de directe relatie die zij met de Here God hebben. In de praktijk komt deze verticale dimensie bijvoorbeeld tot uiting in een stuk cultuur, maar zeker ook op medisch-ethisch terrein, de betekenis van het lijden en de omgang met toekomstverwachtingen.
Zowel algemene als identiteitsgebonden zorg worden gefinancierd vanuit de Zorgverzekeringswet (via de zorgverzekering), de AWBZ (via de overheid) en de Wmo (via de lokale overheid).
De informatiebronnen
Als diaken kunt u niet alles over alle voorzieningen weten. Soms weet u ook niet waarheen u het beste kunt doorverwijzen. Dan is het goed dat u weet waar de nodige informatie kunt vinden. Informatiebronnen voor de sociale kaart zijn:
Lokaal
Landelijk
Hoe maak ik een sociale kaart?
Het kan erg handig zijn om voor uw eigen diaconale werk een sociale kaart te maken. Zo voorkomt u dat u steeds weer opnieuw naar gegevens moet zoeken. In een schema kunt u dan uw eigen informatie zetten, zodat u in één oogopslag de gegevens kunt vinden. Wel moet u er op letten dat de gegevens actueel blijven. Hieronder kunt u een schema downloaden dat u als kader kunt gebruiken voor uw eigen sociale kaart.
Tips
Het diaconaat bevindt zich niet op een eiland, maar het is een onderdeel van een groter geheel. Het is daarom goed om deze omgeving te kennen. Een sociale kaart geeft informatie over instellingen op het gebied van zorg, welzijn en hulpverlening. Deze instellingen kunnen zowel landelijk als regionaal of plaatselijk werken. Het is handig om als diaken/kerkelijke vrijwilliger te weten welke voorzieningen er bij u en hulpvragers in de buurt zijn. U weet dan naar welke voorziening u iemand kunt doorverwijzen. Het is wel erg belangrijk dat u weet wat de hulp- of ondersteuningsvraag is. Ook dat vraagt soms specifieke deskundigheid. Maar zonder een goede diagnose kunt u iemand niet goed verwijzen!
Soorten hulp

Zorg- en hulpverlening zijn op verschillende manieren te ‘ordenen’. Ik noem hier twee soorten ordening
1 vrijwillige hulp, eerstelijns en tweedelijns zorg
2 algemene en identiteitsgebonden zorg
Vrijwillige hulp: Onbetaalde hulp die wordt gegeven vanuit kerken, verenigingen of vrijwilligersorganisaties aan anderen (hulp aan familie is mantelzorg). Deze hulp wordt ook wel ‘nuldelijns’ genoemd. Pastoraat vanuit kerken valt hier ook onder.
Eerstelijns zorg: Eerstelijnszorg is zorg dichtbij huis. Het is het eerste aanspreekpunt voor mensen die zorg nodig hebben. Iemand die een probleem heeft met zijn gezondheid, neemt in eerste instantie contact op met een zorgverlener uit de eerste lijn. Dat is bijvoorbeeld het algemeen maatschappelijk werk, de huisarts, tandarts, fysiotherapeut of verloskundige.
Tweedelijnszorg bestaat uit ziekenhuizen en geestelijke gezondheidszorg. Toegang tot deze zorg krijgt u alleen na verwijzing van een zorgverlener uit de eerstelijnszorg (de eerstelijnspsycholoog is hier weer een uitzondering op).
Daarnaast is er ook een onderscheid tussen algemene en identiteitsgebonden zorg. Voor christenen betekent de christelijke identiteit van een hulpverlener of zorginstelling een toegevoegde waarde, in veel gevallen zelfs een eerste basisvoorwaarde. Natuurlijk staat het zorgproces centraal, maar de identiteit is hierin de slagroom op de pudding (of het zout in de pap). De toegevoegde waarde voor christenen laat zich verklaren uit de directe relatie die zij met de Here God hebben. In de praktijk komt deze verticale dimensie bijvoorbeeld tot uiting in een stuk cultuur, maar zeker ook op medisch-ethisch terrein, de betekenis van het lijden en de omgang met toekomstverwachtingen.
Zowel algemene als identiteitsgebonden zorg worden gefinancierd vanuit de Zorgverzekeringswet (via de zorgverzekering), de AWBZ (via de overheid) en de Wmo (via de lokale overheid).
De informatiebronnen
Als diaken kunt u niet alles over alle voorzieningen weten. Soms weet u ook niet waarheen u het beste kunt doorverwijzen. Dan is het goed dat u weet waar de nodige informatie kunt vinden. Informatiebronnen voor de sociale kaart zijn:
Lokaal
- Telefoonboek of gouden gids.
- Stadsgids of gemeentegids: In de stadsgids of gemeentegids staan alle voorzieningen en instellingen die er zijn in die stad of gemeente. Gebruikelijk is dat steden en dorpen elk jaar een nieuwe gids uitgeven, die dan huis aan huis wordt bezorgd.
| Enkele nuttige website adressen: www.ikzoekchristelijkehulp.nl - Op deze website vindt u informatie over christelijke zorg en hulpverlening in Nederland. www.mijnzorg.nl - Een website voor informatie over identiteitsgebonden hulp www.cvppp.nl - De website van de christelijke vereniging van psychologen, psychiaters en psychotherapeuten. www.nvvch.nl - De website van de Nederlandse vereniging van vrijgevestigde christen hupverleners. Kijk voor namen van hulpverleners onder ‘leden’. |
- Patiënteninformatiegids: Dit is een boekwerk waarin alle patiëntenorganisaties staan. Deze gids wordt ieder jaar uitgegeven door de NPCF (Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie). De gids vermeld ook activiteiten rond de Wmo: In bijna alle 420 gemeenten is een WMOraad actief. Zij behartigen de belangen van patiënten, gehandicapten en GGz-cliënten en ouderen op lokaal niveau.
- Infoboek Zorg in de gereformeerde gezindte: een overzichtelijke en toegankelijke informatiegids betreffende zorgaanbieders in de gereformeerde gezindte.
- Internet: Op internet kunt u zeer veel informatie vinden.
Hoe maak ik een sociale kaart?
Het kan erg handig zijn om voor uw eigen diaconale werk een sociale kaart te maken. Zo voorkomt u dat u steeds weer opnieuw naar gegevens moet zoeken. In een schema kunt u dan uw eigen informatie zetten, zodat u in één oogopslag de gegevens kunt vinden. Wel moet u er op letten dat de gegevens actueel blijven. Hieronder kunt u een schema downloaden dat u als kader kunt gebruiken voor uw eigen sociale kaart.
Tips
- Houd het simpel (het is veel werk om zelf een goede sociale kaart te maken en ook veel werk om het actueel en kloppend te houden)
- Zoek iemand met kennis in de kerk (de ‘wandelende’ sociale kaart)
- Benut het Wmo-loket van de gemeente
- Ken uw grenzen: pastoraat of vrijwilligerswerk in de kerk is vrijwillig en er is geen opleiding voor vereist. Schakel bij vragen en problemen tijdig deskundigheid in!
