Symposium Christelijke zorg, sterk in de lokale gemeenschap
Omzien naar de naaste. Dat zit bij veel christenen en kerken als het ware ‘in de genen’. Ook de WMO stimuleert het omzien naar de ander en het vervullen van een actieve rol in de civil society.Kerken en christelijke zorgorganisaties lijken vanzelfsprekende samenwerkingspartners. In de uitvoering van de WMO zal een burgerlijke gemeente een dergelijke samenwerking stimuleren.
Van die samenwerking zijn zeker goede voorbeelden te geven: de oprichting van ‘sociale netwerken’ door zorg-instellingen of een vrijwilligersprogramma van het plaatselijke verzorgingstehuis waarin een kerkelijke gemeenschap actief meedraait. Maar komt dat niet veel te weinig voor?
Vaak komt die samenwerking tot stand via informele circuits. Is daar wel voldoende oog voor? Kunnen formele (kerkelijke) structuren of afspraken het ontstaan ervan stimuleren, of zijn ze juist storend? Weten we voldoende van elkaar? Zijn er nog wel voldoende vrijwilligers?
Welk beroep mogen en/of kunnen de zorgorganisaties eigenlijk doen op de kerken? Waar zit ieders kracht? Waar zien we kansen? Hoe kunnen we elkaars netwerken benutten zodat we vruchtbaar samenwerken? Wat wil, kan of moet de burgerlijke gemeente daaraan doen? Hoe komen zorgorganisaties en de burgerlijke gemeente tot goede samenwerking?


