WMO vraagt om diaconale infrastructuur

De afgelopen tijd stonden er verschillende berichten in de krant over WMO en kerken . De kerken onzichtbaar volgens een wethouder, koudwatervrees volgens Kerk en WMO en te druk voor WMO volgens een diaken. In deze bijdrage wil ik hierop reageren vanuit het perspectief van diaconien. Er is zelfs een verband met de kleine groep-illusie.

Koudwatervrees?
In het artikel over koudwatervrees werd terecht gesteld dat er op tal van plaatsen al veel mooie ontwikkelingen en projecten plaatsvinden. Iets om dankbaar voor te zijn voordat we verder kijken.
Toch zijn de opmerkingen terecht. Naast het aspect van wennen, speelt ook het aspect van organisatie van dit werk een rol. Er is in kerken best veel bereidheid om iets bij te dragen. Het lukt de huidige ambtsdrager en vrijwilliger vaak niet om veel tijd vrij te maken om aan kerkelijke taken te besteden. De ambtsdrager die vier avonden per week aan het ambt besteed is schaars geworden. Dit verklaart ook gedeeltelijk het aantal vacatures voor diakenen en ouderlingen. Het advies dit uit te besteden aan een kerkelijke vrijwilliger, die op dit vlak deskundig is, werkt maar ten dele. Uitbesteden kost ook tijd. Denk aan het instrueren, terughoren en begeleiden van deze vrijwilliger. Die tijd of mentale ruimte is er vaak niet.
“voorkom dat de kleine groep
een illusie wordt”

Vrijgesteld

Voor kerken geldt dat het goed zou zijn wanneer er ambtsdragers zijn die zich vooral kunnen richten op de andere taken dan het wijkwerk in de gemeente. Er is ook behoefte aan diaconaat op gemeenteniveau en op het niveau van contacten extern.
Bij gemeenteniveau valt te denken aan diaconale thema’s op de kaart te zetten in de gemeente (geldbesteding, armoede, eenzaamheid, huwelijk, opvoeding e.d.), de gemeente voor te lichten over diaconaat of aan het ondersteunen van de kleine groepen of (mini)wijken structuur. Dit gaat uiteraard niet vanzelf en vraagt om een goede aansturing en continu onderhoud. Anders blijft de kleine groep inderdaad een illusie. Materiaal hiervoor is overigens te downloaden via www.diaconaalsteunpunt.nl.

Externe Contacten
Over de zojuist genoemde externe contacten gaat deze discussie. Het meedraaien in een diaconaal platform of WMO-raad doe je er niet zo maar even bij. Dit vraagt om een serieuze tijdsinvestering. Zeker ook omdat de informatie ook om terugkoppeling vraagt richting de diaconie en andersom. Hoe kan je als kerk meerwaarde hebben als de informatie niet wordt doorgegeven en de afgevaardigde droog komt te staan. De ervaringen die door gemeenteleden en diakenen worden opgedaan moeten vertaald worden naar de visie van de kerk op problemen in de samenleving. Het bijdragen aan het reduceren van armoede en eenzaamheid zijn hiervan voorbeelden. (zie b.v. het rapport van het Leger des Heils over eenzaamheid)

Realiseren
Dit kan op verschillende manieren worden gerealiseerd. Óf het vraagt om een uitbreiding van het aantal diakenen. Als extra ambtsdragers of door het verschuiven van een aantal ouderlingen naar diakenen, zodat er in iedere wijk één diaken is en één ouderling. Dit is in een toenemend aantal gemeenten gelukkig al de situatie.

“dit zou het diaconaat
doen verwateren”

Óf dit vraagt om een andere organisatie van het diaconaat. Bijvoorbeeld door een diaken te ondersteunen met diaconale helpers in de wijken. Dus door het vormen van diaconale teams per wijk.
De misvatting kan ontstaan om hiervoor de pastorale teams te gebruiken. Dit zou echter het diaconaat doen verwateren. Diaconaat is net als pastoraat een vak apart, denk alleen al aan het kennen van de diversiteit van de sociale kaart.
Dus de behoefte blijft: ambtsdragers die zijn vrijgesteld voor het diaconaat op gemeenteniveau. Om de kleine groepenstructuur te blijven voeden en toerusten. Om thema’s op de agenda te plaatsen. Om de prediking te dienen met diaconale impulsen vanuit de praktijk.
Dit alles pleit voor meer prioriteit voor het diaconaat in onze kerken. Deze conclusie werd onlangs onderstreept in het rapport Leidinggeven aan Liefdewerk, van het Centrum voor Samenlevingsvraagstukken.

Infrastructuur
De onderwerpen die in de eigen gemeente spelen, verschillen niet wezenlijk van de moeiten die in de samenleving leven. De kerk (christen) doet toch wel aan allen?! Daarmee is er behoefte aan een diaken die tijd heeft om te participeren in het diaconaal platform of de WMO-raad. Dit kan ook námens de diaconie plaatsvinden en vraagt dan om een vrijgestelde ambtsdrager om dit te begeleiden en informatie-uitwisseling te borgen.
De diaconie kan dus prima gebruik maken van gaven die in de gemeente voorhanden zijn, niet zelden bij vrouwen. Om diaconale contactpersonen, intern en extern. Dit geheel vraagt om afstemming en goede organisatie. Je zou kunnen spreken van een diaconale infrastructuur, waardoor diaconaat mogelijk wordt. Om dit diaconaat mogelijk te maken moet de diaconie voor een deel functioneren als een besturend orgaan, zonder de voeling met de praktijk te verliezen. Diaconaal besturen om, vanuit de liefde voor Christus, de gemeente diaconaal te helpen dienen.


Dit artikel is geplaatst in het ND op 10-oktober 2008,Dirk-Albert Prins, Diaconaal Steunpunt

terug